Bijna tachtig en kwaadaardig

9 uren geleden 4

Mijn vader woont in Montevideo op de zevende verdieping in een appartement dat officieel van zijn vrouw is. Van hem is hun huisje aan de Uruguayaanse kust, op ruim een uur rijden van Montevideo. Hij was in het appartement toen hij een telefoontje kreeg van de buurvrouw aan de kust.

„Er is bij jullie ingebroken”, zei ze. Mijn vader, die deze zomer tachtig wordt en dat niet vaak genoeg kan benadrukken, stapte in zijn Opel Corsa en reed naar zijn huis. Daar bleek een van de raamluiken geforceerd te zijn. Het hekwerk daarachter was intact, de dieven waren niet in de woning geraakt. Wel in de schuur. Ze hadden de wasmachine die daar stond losgekoppeld, versleept en op de oprit achtergelaten.

Mijn vader, die nooit om een theorie verlegen zit, zei dat de kwaadwillenden hun inbraak waarschijnlijk hadden geïmproviseerd en zich te laat realiseerden dat het jatten van een wasmachine een vervoermiddel vereist. Daar had hij geluk mee gehad, maar echt niet dat hij de wasmachine ging achterlaten, want ze kwamen er geheid voor terug. Hij moest de wasmachine in de auto zien te krijgen. Daar had hij een kruiwagen bij nodig, maar die was bij vorige inbraak al gejat. In economisch zwakkere landen wordt veel vaker ingebroken dan in economisch sterke – zowel in de huizen, als in de landen zelf.

Mijn vader vroeg zijn buurman om hulp – „geweldige vent, over de tachtig, doet nog steeds klusjes bij iedereen.” Samen probeerden ze de wasmachine in de kofferbak te tillen. Die paste niet. De bijrijdersstoel moest naar achteren geschoven, dan kon de wasmachine staand naast de chauffeur. Zo reed mijn vader – die deze zomer tachtig wordt – terug naar Montevideo.

Daar moest de wasmachine naar de zevende verdieping.

Op het terras op de hoek zaten twee jonge mannen aan een tafel. Hij vertelde hen over het telefoontje van de buurvrouw, de schuur, de kruiwagen, de buurman van over de tachtig en nu de zevende verdieping. Er was een lift, maar in zijn eentje kreeg hij de wasmachine daar niet heen. De mannen waren meteen bereid geweest te helpen. Nu stond de wasmachine op de gang in het appartement en had hij eindelijk tijd om mij te bellen.

Qué dicen las noticias?” vroeg hij. Wat zeggen de nieuwsberichten? Meestal draagt hij de internationale gebeurtenissen aan die we samen doornemen, maar nu wist hij niet wat er op het wereldtoneel gaande was vanwege de wasmachine-crisis.

Op het wereldtoneel stonden nog steeds twee kwaadaardige mannen van bijna tachtig bommen te gooien, volkeren uit te moorden en daarmee weg te komen. Europese leiders, op de Spanjaard na, noemen die misdadigers bondgenoten en wringen zich in hypocriete bochten om hun wandaden goed te praten. Ik schakelde liever terug naar de wasmachine.

Veel leed zou worden beëindigd als Trump en Netanyahu zagen dat iemand hun wasmachine had geprobeerd te jatten. Dan zouden ze moeten analyseren hoe die op de oprijlaan is beland, haar samen in een limo zien te tillen en ermee naar Mar-a-Lago rijden. Dat is gepaste dagbesteding voor tachtigjarigen. Klusjes doen, inbrekers dwarszitten, de buren helpen. Niet staatshoofden ontvoeren, oorlogen beginnen en genocide plegen.

Helaas is het zinloos om de wasmachines van die twee naar hun oprijlanen te slepen en daar te laten staan in de hoop dat ze happen. Trump en Netanyahu weten waarschijnlijk niet eens hoe een wasmachine eruitziet. Kwaadaardige machthebbers doen de was nooit. Daar hebben ze Europese leiders voor.

Carolina Trujillo is schrijfster.

Lees het hele artikel