Scepsis, argwaan en al het denken vergaat je aan het einde van Mahlers overweldigende ‘Tweede symfonie’

1 dag geleden 2

Ik heb een plekje bovenop mijn hoofd dat pijn gaat doen als mijn lichaam niet meer kippenvel kan verwerken.

Wat is de Tweede symfonie van Mahler toch een uitzinnig meesterwerk. Spannend opgebouwd, heerlijk geïnstrumenteerd, maar ook totaal over de top, schaamteloos groots, bloot en eerlijk manisch emotioneel. Voor sommigen is het te, maar welke gek durft zulke emoties nou a) aan zichzelf toe te geven en b) daar een heel publiek mee op te zadelen. Voor iemand die zich zo kan laten gaan, moet je wel respect hebben.

Lees ook

De grote NRC Mahler Symfonieëngids

De grote NRC Mahler Symfonieëngids

Voormalig chefdirigent Lorenzo Viotti leidde het Nederlands Philharmonisch afgelopen weekend door Mahlers Tweede heen.

Viotti kiest voor een explosieve aanzet in de violen en de celli; direct alle registers open. Echt nodig is het niet, want je oren zijn aan het begin nog vers – ook medium-luid is dan al intens. Maar het zet wel de toon: we gaan een krachtige Mahler tegemoet.

Krachtig, ja inderdaad. Diepzinnigheid ontbreekt aan het begin nog. Viotti zit eerst op de contouren, met enorme vertragingen en versnellingen over het randje van karikaturaal. Maar dat trekt bij. Langzaam begint op te vallen hoe ongelofelijk mooi uitgebalanceerd de houtblazers en hoorns zijn. En hoe traag die samen met de rest een crescendo kunnen uitrollen.

Na een uitbarsting halverwege presteert iemand in het publiek het om ‘Hoi!’ te roepen. ‘Tarab’, noemen ze dat in de Arabische muziek; als de emotionele vervoering het publiek te veel wordt, waardoor het zich niet meer kan inhouden en reageert.

Intens als een stoot in je maag

Het vrolijke tweede deel houdt Viotti succesvol sierlijk en klein, mooi en gemeend. De klarinetten swingen in een bewegelijk en ook dynamisch vloeiend derde deel, waar zoveel gebeurt (het lijkt wel een kleuterklas met allerlei instrumenten die zitten te klieren) dat het soms even troebel wordt.

Voor het vierde deel heeft Lorenzo Viotti alle partijen er weer van overtuigd om zijn zus, mezzosopraan Marina Viotti, uit te nodigen. Iets meer dan een jaar geleden viel ze een beetje tegen in een concert, maar haar eerste woorden van ‘Urlicht’, het vierde deel, zijn raak. „Der Mensch liegt in größter Not. Der Mensch liegt in größter Pein” zingt ze zacht, maar zo intens dat het zelfs op het balkon nog in je maag stoot. Maar later, als ze voluit moet zingen, lijkt Marina Viotti een beetje bang voor haar eigen stem.

Dat Viotti al zo snel de pieken van het orkest heeft opgezocht, wreekt zich een beetje in het laatste deel, dat een aaneenschakeling van pieken en dalen is. Als de pieken en dalen niet steeds een fractie hoger of intenser zijn, dan gaat dat vijfde deel wat fragmentarisch aanvoelen; je wil niet vóór het koor begint al denken: Het zou nu ook wel klaar kunnen zijn. Daar staat tegenover dat de rauwe kracht die Viotti uitstraalt, een attractie op zich is.

De rauwe kracht die Viotti uitstraalt, is een attractie op zich

Maar als dat koor, dat in de Tweede symfonie een frustrerend uur moet wachten (of beter gezegd, jij luisteraar wordt door dat wachtende koor een uur opgegeild), dan éindelijk zijn fabelachtig hoopvolle boodschap begint te zingen, van fluisterzacht tot en met het grote orgel allesverzengend, begint dat ene plekje bovenop mijn hoofd langzaam pijn te doen.

Viotti, het Nederlands Philharmonisch, sopraan Nikola Hillebrand en mezzo Marina Viotti, en het Laurens Symfonisch musiceren op dit punt zo betrouwbaar, dat Mahlers manische geest de boel kan overnemen. Rationale, scepsis, argwaan, nadenken überhaupt, alles vergaat je. „Sterben werd’ ich, um zu leben! Aufersteh’n, ja aufersteh’n wirst du mein Herz, in einem Nu!”

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel