De oorzaken zijn nog niet bekend, maar in de eerste drie weken van dit jaar woedden in drie historische binnensteden grote branden. Tientallen omwonenden moesten worden geëvacueerd en de schade aan omringende panden is groot.
Oudejaarsnacht stortte de toren van de Vondelkerk in Amsterdam in, buurtbewoners vermoedden dat de toren geraakt werd door vuurwerk. Vorige week dinsdag woedde een grote brand in het centrum van Leeuwarden, die vermoedelijk ontstond in de leegstaande woning boven een pizzeria. En twee dagen later vond er in hartje Utrecht een grote explosie plaats, waarna brand uitbrak.
Tekeningen helpen, maar de vraag blijft: hoe kan ik erbij?
De woordvoerders van de brandweer hadden het, net zoals in Arnhem vorig jaar maart toen daar een grote brand woedde, over de ingewikkeldheid van het blussen in de binnenstad en over het grote risico op het overslaan van de brand naar omliggende gebouwen. Wat maakt het bestrijden in de binnenstad zo lastig en anders dan elders?
„Binnensteden zijn dichtbebouwd, met oude panden die vaak intern zijn verbouwd, zijn doorgebroken of met elkaar zijn verbonden, of waar hoogteverschillen zijn ontstaan of dubbele plafonds of muren zijn ingebouwd”, vertelt Ricardo Weewer, lector brandweerkunde aan het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid. „Wáár de brand is, is lastig te zien. Je rijdt met de auto zo’n smal straatje in en ziet niet onmiddellijk hoe ver de brand zich heeft uitgebreid.”
Handhaven
Het lokaliseren is een probleem, vervolgens moet de brandweer bij de brand kunnen komen, water op de goede plek krijgen, en genoeg „slagkracht” hebben om de brand „in te pakken”, dus voorkomen dat die overslaat naar omliggende gebouwen. Zijn collega Lieuwe de Witte, lector brandveiligheidskunde, vult aan: „Dat kost tijd, terwijl een brand dynamisch is en verder woedt.”
Er is regelgeving, die voor oudere gebouwen wat minder streng is dan voor nieuwe panden. Zo moet nieuwbouw zestig minuten brandwerend zijn, oudbouw twintig minuten. Eigenaren en gebruikers hebben zelf een zorgplicht om gevaar te voorkomen, de gemeente is verantwoordelijk om na verbouwingen die vergunningplichtig zijn, te controleren op brandveiligheid en te handhaven.
De Witte: „Dat is de theorie, de praktijk is vaak anders. Zeker in een binnenstad waar panden vaak verbouwd zijn daar zijn niet altijd recente tekeningen van beschikbaar.” Weewer: „Tekeningen helpen, maar de vraag blijft: hoe kan ik erbij?”
Bij een grote kerktorenbrand, zoals in Amsterdam, is dat vrijwel onmogelijk, vertelt hij. „Als het gaat branden, is er altijd sprake van veel hout en heb je veel water nodig. Het is bij brand gevaarlijk om binnendoor te gaan. Buitenom is het dan te hoog. Kerkbranden komen bijna nooit voor, het is een geaccepteerd risico dat bestrijden lastig is en dat de kerktoren verloren gaat.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/20130145/200126BIN_2030850242_brand01.jpg)
Een dronefoto van de Visscherssteeg waar een grote brand uitbrak.
Foto Jeroen Jumelet / ANP‘Valschaduw’
In de oude binnenstad is een ‘rondomverkenning’ vaak lastig, omdat het bijvoorbeeld moeilijk is om aan de achterkant van een pand te komen. Enkel glas, dat nog in oude woningen zit, sneuvelt snel waardoor het vuur zuurstof krijgt en aanwakkert. De betere isolatie van de laatste jaren betekent juist dat branden meer rook produceren, wat voor bewoners en de brandweerlieden gevaar oplevert.
In smalle straatjes, zoals in Utrecht, Leeuwarden en vorig jaar in Arnhem het geval was, moet de brandweer uit de „valschaduw” blijven. Om niet gewond te raken als een gebouw instabiel wordt en instort, houdt de brandweer een afstand aan van anderhalf keer de hoogte van een gevel. „Dat is in smalle straatjes waar je al nauwelijks kan komen helemaal lastig”, vertelt Weewer. Steeds vaker worden drones en robots ingezet.
Mensen achten de kans dat het misgaat heel klein
De brandweer probeert in binnensteden de brand vooral te beperken, vertellen ze, waarbij geaccepteerd moet worden dat het pand waar de brand ontstond, soms uitbrandt. Weewer: „De inzet bij monumentale panden is vaak om gevels te redden, en groter te voorkomen.” De Witte: „In de middeleeuwen was alles brandbaar, nu zijn de regels erop gericht om branduitbreiding naar naastgelegen panden te voorkomen.”
Dus blussen richt zich ook op het beperken van de branduitbreiding. Maar de risico’s in een binnenstad los je nooit helemaal op. Je kunt smalle straatjes nu eenmaal niet aanpassen.”
Wat wel kan helpen, zeggen beiden, is gedragsverandering. „Mensen achten de kans dat het misgaat heel klein en zijn zich niet bewust van de effecten van brand”, zegt Weewer. „Als een elektrisch stepje begint te roken, onderschatten ze hoe snel een brand kan uitbreiden.”
Lees ook
Champagne in Utrecht wegens het engeltje op de schouder tijdens een explosie. ‘Weg. Zoef. Dak eraf. Helemaal niks meer’
De journalistieke principes van NRC


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/20155344/200126BUI_2029713032_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/20154722/200126VER_2030915352_pvv_markuszower01.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/20154506/200126DEN_2030910191_pvv.jpg)

/https://content.production.cdn.art19.com/images/b8/16/7d/33/b8167d33-95bd-4c22-9438-25541515cb33/94a7fcbcc92f5b0fbb479e857f18f8bbe33ec3b33760572a8cf2a3389772a890ad24ec290c1af28e92da3d7de48711d637ab88ffd2697d1f84bd6231477eca01.jpeg)

English (US) ·