Nee, blij is hij er niet mee. Sean Steenbakkers rommelt aan zijn springschoenen, stroopt zijn aerodynamische pak van microfibers af tot aan zijn middel, slaakt een diepe zucht. Op zijn brede springski’s is een rood-wit-blauw vlaggetje te zien.
Hij heeft zojuist 71,5 meter gesprongen van de skischans in het Duitse Oberhof; achter hem hoor je met doffe klappen zijn concurrenten landen in de sneeuw. „Normaal spring ik rond de negentig meter, maar ik had slechte wind, leunde teveel naar voren, alles ging mis”, zegt Steenbakkers.
Pas als hem wordt voorgehouden wat hij heeft gedaan, kan er een klein lachje vanaf. Steenbakkers is met zijn sprong tijdens de trainingssessie afgelopen vrijdag de eerste Nederlandse deelnemer aan een wereldbekerwedstrijd noordse combinatie, waarbij de sporters moeten schansspringen én langlaufen.
Negentien jaar is Steenbakkers pas, hij mag nog uitkomen als junior, maar dankzij zijn goede prestaties in de Continental Cup, een niveau lager dan de wereldbeker, kreeg hij de kans dit weekend tussen de eindeloze rijen naaldbomen van het Thüringer Wald in het midden van Duitsland zich te meten met de besten ter wereld.
Zaterdag werd de lange, dunne Steenbakkers op het onderdeel ‘compact’ – schansspringen en 7,5 kilometer langlaufen – 56ste van de 59 deelnemers. Een dag later werd hij op de discipline ‘Gundersen’, waarbij de skisprong de startvolgorde en tijdverschillen voor de 10 kilometer lange langlaufrace bepaalt, laatste.
Nederlands met een Duits accent
Het zijn geen uitslagen waarmee de in Cuijk geboren Steenbakkers tot de wereldtop behoort, en toch ziet de internationale skibond FIS hem dolgraag naar de Olympische Spelen van Milaan-Cortina gaan. De vraag is of Nederland hem wilt sturen.
De noordse combinatie, sinds 1924 onderdeel van de Winterspelen, staat komende op de nominatie te verdwijnen als olympische discipline. Een belangrijke reden daarvoor is volgens het Internationaal Olympisch Comité (IOC) het gebrek aan internationale competitie – universality zoals het IOC het graag noemt. Noorwegen, Duitsland en Oostenrijk domineren de sport, aan wereldbekers doen maximaal vijftien nationaliteiten mee.
Daarom is de toevoeging van een sporter uit een ‘nieuw’ land als Nederland aantrekkelijk voor de FIS, dat daarmee kan laten zien dat de universality van de noordse combinatie groeiende is.
Voor Steenbakkers is het een reden om voor Nederland uit te komen. Hij kwam in aanraking met de combinatie van langlaufen en schansspringen nadat zijn ouders een vakantiehuis hadden gekocht in Rückershausen, vlakbij Winterberg. „Als driejarige wilde ik al van de kleine springschans daar af, maar dat mocht pas als je zes was”, vertelt Steenbakkers vrijdag, terug in zijn hotel. „Mijn ouders dachten dat ik het drie jaar later wel vergeten zou zijn, maar toen wilde ik het nog steeds.”
Steenbakkers bleek talent te hebben, en om dat verder te ontwikkelen, verhuisde het gezin toen Steenbakkers elf was naar Duitsland. Hij doorliep een sportinternaat in Winterberg, haalde daar zijn middelbare schooldiploma en verhuisde daarna naar Oberstdorf, waar hij is aangesloten bij het Duitse nationale team.
„Eigenlijk was het plan om voor Duitsland uit te gaan komen toen ik achttien werd”, zegt Steenbakkers, die een Duitse vriendin heeft, Duitse vrienden en Nederlands spreekt met een licht Duits accent. „In Nederland heb ik alleen nog familie. Maar op een of andere manier vond ik het te makkelijk om voor Duitsland te kiezen. Als Nederlander dit doen, is toch bijzonderder.”
Ik vond het te makkelijk om voor Duitsland te kiezen. Als Nederlander dit doen, is toch bijzonderder
Door zijn Nederlanderschap is een „win-win-situatie” ontstaan, zegt hij; Steenbakkers heeft geen nationale concurrentie, de sport heeft er een nationaliteit bij, en het Duitse team krijgt van de FIS een financiële vergoeding omdat Steenbakkers bij hen mag meetrainen.
Tegelijkertijd is het soms een eenzaam bestaan, zegt Steenbakkers. „In Nederland ben ik de Duitser, in Duitsland de Nederlander.” Het was leuk dat hij vrijdagavond bij de openingsceremonie van de wereldbeker als Nederlander alleen het podium op mocht, zegt hij. „Maar je merkt dan ook dat je niet honderd procent bij het Duitse team hoort. En als het niet goed gaat, dan interesseert het niemand, want ik ben een ander land. Ik moet veel zelf doen.”
Olympische wildcard regelen
De droom van Steenbakkers is om uit te komen op de Olympische Spelen. „Ik heb Eddy the Eagle [beroemde schansspringer uit Engeland in de jaren tachtig] altijd een beetje als voorbeeld gezien. We zijn allebei de enigen uit ons ‘exotische’ land, we zijn misschien niet de beste. Bij hem ging het altijd om plezier hebben, dat vond ik indrukwekkend.”
Daarom hoopt Steenbakkers straks in februari naar de Winterspelen in Milaan-Cortina te mogen, voor als dat de laatste keer mocht zijn. De Duitsers willen hem wel coachen in Italië, de FIS is hard bezig een soort olympische wildcard voor hem te regelen.
In Nederland is minder enthousiasme. Sportkoepel NOC-NSF, dat als stelregel heeft dat iedere Nederlandse olympiër in de top 8 van de wereld moet kunnen eindigen, verwijst naar de Nederlandse Ski Vereniging (NSkiV), en voegt daar aan toe: „In algemene zin is bevordering van mondialisering [van een sport] voor ons geen reden om iemand uit te zenden.”
De NSkiV moet Steenbakkers voordragen bij NOC-NSF voor een olympische aanwijsplek – dat moet de komende dagen gebeuren. Technisch directeur Wopke de Vegt zegt over de jonge atleet: „We hebben in Nederland te maken met interne criteria, en daar heeft hij totaal niet aan voldaan.” De Vegt wilde zondag niet zeggen of de NSkiV Steenbakkers gaat voordragen.
Als Steenbakkers zaterdag op zijn dunne langlaufski’s over de finish komt in het stadion van Oberhof, staat zijn mond een beetje open. Zijn konen zijn rood. Hij vond het mooi, zegt hij, om te zien hoe alles in de wereldbeker groter is: honderden fans op de tribune, vele televisiecamera’s, de professionele voorbereiding van zijn team.
Het was ook zwaarder dan hij dacht, zegt Steenbakkers in de besneeuwde mixed zone. „Ik voelde me niet helemaal fit, bij het warmlopen voelde ik het al.” Al het gedoe rondom zijn debuut en zijn olympische nominatie heeft hem veel energie gekost, denkt hij. „En het was gewoon spannend. Het was toch de eerste keer.”
De journalistieke principes van NRC

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/20101952/200126BUI_2030779701_ChinaAmbassade.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/20112034/200126VER_2030863422_makenzonderdruk.jpg)


/https://content.production.cdn.art19.com/images/b8/16/7d/33/b8167d33-95bd-4c22-9438-25541515cb33/94a7fcbcc92f5b0fbb479e857f18f8bbe33ec3b33760572a8cf2a3389772a890ad24ec290c1af28e92da3d7de48711d637ab88ffd2697d1f84bd6231477eca01.jpeg)



English (US) ·