Het was een aparte gewaarwording, om op een eiwitcongres te zijn waar het steeds over vezels ging. Of zoals de trend heet: fibermaxxing, het opvoeren van je vezelinname. De directeur van De Vegetarische Slager vertelde dat het bedrijf inzet op meer vezels. En ook de aanwezige zuivelproducent zat er bovenop.
Op dit jaarlijkse Eiwitcongres komen mensen die beroepshalve bezig zijn met producten die veel eiwit bevatten: vlees, zuivel en vervangers. En al jaren is de kwestie: hoe krijg je consumenten zover dat ze wat minder dierlijk eten? Want dat is beter voor natuur en milieu én voor de gezondheid. En waarschijnlijk ook voor het verdienmodel, in een toekomst met minder vee.
Het lukt maar matig om mensen enthousiast te houden voor vleesvervangers, laten verkoopcijfers zien. Het blijkt in het algemeen lastig om mensen naar een plantaardiger eetpatroon te krijgen. Ook doordat de proteïnehype maar blijft doordenderen. Veel van dat toegevoegde eiwit – in roomkaas, ijskoffie of magnetronmaaltijden – is dierlijk.
Je kunt duizend keer zeggen dat de meeste Nederlanders meer dan genoeg eiwit binnenkrijgen, maar het geloof dat ze gespierder, fitter, mooier worden van meer eiwit is hardnekkig. En producenten en supermarkten verdienen simpelweg te goed aan alles waar PROTEIN opstaat om er niet in mee te gaan.
Vezels bieden, hopen ze, verlossing uit de eiwithoudgreep. Elke nieuwe trend die waarde kan toevoegen aan producten is welkom. Als dat nu vezels zijn: des te beter. Voor vezels heb je geen dieren nodig. En zoals eerder bij eiwit te zien was: je kunt ze echt overal in stoppen.
Vezelrijke crackers – ligt voor de hand. En al jaren bestaat er ‘drinkontbijt’ met granen. Maar inmiddels is er ook Becel met haver en vezels, ‘vezelrijke’ Appelsientje, en witbrood met extra vezels. Lekker gezond bezig.
Bruin imago
Even terug naar de basis: wat zijn vezels en waarom moet je ze maxxen? Vezels zitten van nature in volkoren granen, groente, fruit, noten en peulvruchten. Sommige zijn oplosbaar, sommige houden vocht vast of maken vloeistoffen dikker, andere maken ontlasting soepeler – misschien een verklaring voor het wat ‘bruinige’ imago van vezels.
Er zijn vezels die vrijwel ongewijzigd het lichaam verlaten. En vezels die in de dikke darm door bacteriën worden afgebroken: gefermenteerd. Aan sommige van die fermenteerbare vezels, de prebiotica, worden allerlei gunstige gezondheidseffecten toegeschreven. Van een verbeterde weerstand tegen infecties tot een gezond brein. Ook gehoord: vezels zijn nature’s Ozempic: weinig calorieën, wel een verzadigd gevoel. Duidelijk is in elk geval dat een hoge vezelinname verband houdt met een lager risico op obesitas, diabetes type 2 en hart- en vaatziekten.
Dat vezels goed zijn voor ongeveer alles, en hoeveel je van afzonderlijke types moet eten voor een lang gezond leven, is moeilijk te bewijzen. Je kunt onmogelijk één groep proefpersonen een leven lang opsluiten met witlof en een andere groep met roggebrood.
We hebben een fibergap. Deze trend draagt er mogelijk aan bij dat gat te dichten
Maar er worden wel experimenten gedaan. In het Maastricht UMC+ bijvoorbeeld, waar onderzoekers bij mensen in luchtdichte kamers kijken hoe de darmen de toegediende vezels fermenteren. De resultaten moeten nog verschijnen. Maar de hoop is dat het op den duur mogelijk is om met specifieke vezels bij groepen met een verschillende stofwisseling het risico op diabetes type 2 te verkleinen.
Onderzoeksleider is Ellen Blaak, hoogleraar humane biologie in Maastricht. Zij is niet ongelukkig met de vezeltrend. „We hebben een fibergap”, zegt ze. Van de aanbevolen 30 à 40 gram vezels per dag, krijgen Nederlanders gemiddeld maar de helft binnen. „Deze trend draagt er mogelijk aan bij dat gat te dichten.”
Geldt dat ook voor yoghurt of witboord met toegevoegd vezel? Ze aarzelt. „Over welk type vezel heb je het dan?” Vezels die hun natuurlijke structuur hebben behouden, dus waarvan de celwand nog intact is en die van nature in onbewerkt plantaardig voedsel zitten, doen vaak meer voor je gezondheid dan ‘geïsoleerde’ vezels die door industriële bewerking hun structuur hebben verloren, legt Blaak uit. Tussen celwand en vezel zitten vitamines en dit soort ‘hele’ vezels wordt langzamer afgebroken in de darmen.
Blaak en haar collega’s hebben gezien dat de vezels die het einde van de darm bereiken en daar gefermenteerd worden, beter omgezet worden in zogeheten korteketenvetzuren. Die hebben gunstige effecten op de gezondheid. Dat soort vezels zit in witlof en asperges. Maar ook in appels en peren, haver en paddenstoelen. Maar zitten ze ook in fabrieksproducten met extra vezel?
Halfje wit ‘extra vezels’
Als je in de winkel staat met een halfje wit ‘extra vezels’ of een kuipje Becel, is er zelfs met leesbril maar moeilijk achter te komen welke vezels er nou precies zijn toegevoegd en hoeveel. Laat staan dat je weet of één krul vezel-Becel iets voor je doet. Het Voedingscentrum zegt: „Halvarine bevat goede vetten en vitamine A en D en past in een gezond voedingspatroon, maar het is niet nodig om vezels uit smeervetten of zuivel te halen.”
Het fijne van alle hele vezels is: er zijn geen goede of slechte, anders dan bij vet. Elk type heeft zo zijn eigen kwaliteiten, en je hebt ze allemaal nodig – vandaar dat je op social media ‘challenges’ ziet langskomen om dertig soorten planten per week te eten. Tot genoegen van het Voedingscentrum is fibermaxxing nu eindelijk eens een trend waarbij juist onbewerkt eten centraal staat.
Lees ook
Slank met gezonde darmen: op zoek naar de kracht van het microbioom
Waarom zou je Optimel met vezel kopen, in plaats van gewoon wat muesli door de yoghurt te roeren? (Of chiazaad, als je gevoelig bent voor trends.) Consumenten hebben fabrieksproducten met toegevoegd vezel niet nodig. Maar fabrikanten misschien wel. De cijfers op het Eiwitcongres lieten zien dat het met de verkoop van peulvruchten nu beter gaat dan met die van vegaburgers. Onder consumenten is er, terecht of niet, groeiende weerstand tegen sterk bewerkte producten. Bovendien komt er een EU-verbod op vleesnamen voor vegetarische producten. Allemaal redenen om over nieuwe producten na te denken.
Bij het congres viel aan de lunchtafel – zadenbroodjes met bietencarpaccio – te beluisteren dat het namaken van vlees niet meer van deze tijd is. Maak gewoon goede groenteproducten met ‘clean labels’: minimaal bewerkte producten met korte, begrijpelijke ingrediëntenlijsten.
De voedingsindustrie is er heel goed in om consumenten het gevoel te geven dat hun product de kortste weg naar een gezonder leven is. De vraag is of ze daar met vezels net zo goed in zullen slagen als eerder met proteïne. Juist omdat het alternatief zo simpel is. Gratis tip van Ellen Blaak: „Eet gewoon volkorenbrood en peulvruchten.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/16143726/160326VER_2032327985_Benzine.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/16115640/160326VER_2032320024_Napoleon.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/16101355/160326VER_2032313473_Commerzbank.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/15145156/150326ECO_2032260176_Rotterdam01.jpg)
/https://content.production.cdn.art19.com/images/be/fb/d2/78/befbd278-d24d-43fa-bff8-f18e14aa54ff/8fcbe4bc5a931a615c0644ebc71afc9dbd29ec887328be05b06139bdf8f031c72b8423fe0255d16be578dac7cb74aaae38455dbcf1beb5e650283682c24a064a.jpeg)



English (US) ·