Van Lodewijk XIV tot Napoleon tot Trump: waar komt het woord ‘geo-economie’ vandaan?

2 uren geleden 1

Vraag op de redactie vanmorgen: je hoort plots overal de term ‘geo-economie’, als variant van ‘geopolitiek’. Is dat nieuw, en waar komt het vandaan?

De definitie van geo-economie is niet altijd eenduidig, de één verstaat er iets anders onder dan de ander. Misschien voorlopig de beste definitie: de rol van economisch beleid in de internationale betrekkingen, met name als machtsmiddel. 

Het beste recente voorbeeld is „Liberation Day”, 1 april 2025. Toen schroefde de Amerikaanse president Trump de invoerheffingen voor vrijwel alle handelspartners van de Verenigde Staten in één klap fors op. En sindsdien gebruikt hij deze tarieven als dreig- en machtsmiddel. Trump is inmiddels teruggefloten door het Amerikaanse Hooggerechtshof, maar zoekt naar nieuwe manieren om de hoge heffingen alsnog in te voeren. 

Geo-economie als fenomeen is van alle tijden. De Romeinen gebruikten heffingen al als instrument van buitenlandse politiek, en Frankrijk heeft er een ruime traditie in, van Lodewijk de Veertiende tot Napoleon, die de Britten met zijn continentaal stelsel afkneep van economisch verkeer met het Europese vasteland. Wie daar meer over wil weten, kan luisteren naar onze podcast Zo simpel is het niet over dit onderwerp, met NRC-huishistoricus Bart Funnekotter. Die trouwens ook vertelt over de Arabische oorsprong van het woord ‘tarief’.

Geo-economie als woord is moeilijk te traceren. Maar de term kreeg grote bekendheid door het essay From Geopolitics tot Geo-Economics van de Amerikaanse historicus en militair strateeg Edward Luttwak, in de zomer van 1990 in het tijdschrift The National Interest. Hetzelfde blad, trouwens, waarin Francis Fukuyama een jaar eerder zijn beroemde essay The End Of History? schreef. 

Liveblog Economieblog

China doet het economisch beter dan verwacht

De Jumbo in de Noordkade in Veghel.
Lees het hele artikel