Wat doen we als onze 8-jarige kleinzoon een driftaanval krijgt?

2 uren geleden 1

Oma: „Onze kleinzoon (8) is een intelligent jongetje met een brede interesse. Regelmatig heeft hij driftaanvallen als iets niet naar zijn zin gaat. Hij gaat op de grond liggen, huilt lang en hard, vertrapt alles om zich heen. Soms gaat hij zitten met zijn hoofd boos naar beneden, en zijn armen over elkaar stijf tegen zijn buik. Er is dan geen toegang tot hem mogelijk. Hij wil en kan dan niet zeggen wat er is, en is niet ‘bereikbaar’. Dit gedrag ontstond in de kleuterleeftijd, school trok aan de bel, raadde speltherapie aan. Daar kwam niks uit. De ouders proberen het liefdevol, maar zijn ook duidelijk: nu is het klaar. Het duurt een half uur, een uur. Het gedrag wordt niet minder, en de sfeer in huis is daardoor negatief geladen. De jongere kinderen beginnen hem te imiteren in dit gedrag. Wat is een verstandige aanpak?”

Naam en woonplaats zijn bij de redactie bekend. De rubriek Opgevoed is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl

Rust bewaren

Marte van der Horst: „Wanneer je ziet dat een kind boos wordt, kan hem op schoot nemen een goede manier zijn om hem rustig te krijgen. Tijdens de explosie zelf werkt dat niet meer. Uw kleinzoon heeft dan een rustige volwassene nodig om zijn eigen emoties te kunnen reguleren, iemand die hem laat, maar wel nabij is. Alle extra aandacht is dan alleen maar brandstof voor de drift.

„Je kunt op zo’n moment zeggen: ‘Ik geef je even een pauze om rustig te worden, ik blijf dichtbij en ik kom zo weer bij je kijken.’ Doe op zo’n moment zelf iets waarvan je kalmeert. Dat vergt wel oefening.

„Het is belangrijk dat ouders deze aanpak voorbespreken met hun zoon. Bijvoorbeeld: ‘Ik merk dat je boos wordt als dingen anders lopen dan je gedacht had. Boos zijn mag natuurlijk, maar we hebben dan allebei een pauze nodig om rustig te worden.’

„Wat maakt deze jongen zo boos? Als je dat weet, ontstaat er begrip, en kun je proberen een driftbui voor te zijn. Een kind dat moeilijk doet, hééft het moeilijk.

„Zorg, om uit die negatieve spiraal te komen, voor veel fijne momenten samen. Door bijvoorbeeld samen te spelen versterk je de connectie met je kind.”

Warm erbij blijven

Susan Bögels: „Het is belangrijk om inzicht te krijgen in wat er speelt bij uw kleinzoon. Kennelijk reageert hij onbegrensd op grenzen, maar het is niet duidelijk waarom. De fase tussen 8 en 12 jaar staat juist bekend als de rustige periode in de ontwikkeling. Dat uw kleinzoon in die drift blijft hangen, is misschien toch een aanleiding om opnieuw een kindertherapeut of orthopedagoog te raadplegen. Dit is bijvoorbeeld de leeftijd om naar de effecten van eventuele hoogintelligentie te kijken, en de mogelijke gevolgen daarvan voor het omgaan met onrechtvaardigheid, onvoorspelbaarheid en behoefte aan autonomie.

„Zeggen ‘Nu is het klaar’ is niet effectief als iemand heel boos is. Tot er meer begrip ontstaat over wat hier speelt, kunnen ouders niets anders dan ‘warm erbij blijven’. Troost bieden aan hun zoon, die niet weet wat er in zijn binnenste gebeurt, en daar geen controle over heeft, en aan de andere kinderen, die gebukt gaan onder deze uitbarstingen.

„Praktisch betekent dat op een betrokken manier bij de zoon in de buurt blijven, maar er uiteraard wel voor zorgen dat hij zichzelf en anderen niet beschadigt. Deel het gezin regelmatig even in kleinere groepjes op, zodat er veel positieve momenten blijven samen. Houd in de gaten wat je als opvoeders nodig hebt om dit evenwichtig vol te houden.”

Marte van der Horst is als psychotherapeut Kind en Jeugd gespecialiseerd in emotieregulatie en ouderschap. Susan Bögels is hoogleraar Family Mental Health & Mindfulness aan de Universiteit van Amsterdam.

Lees het hele artikel