Hoe leer ik mijn kind omgaan met overgangsmomenten?

21 uren geleden 2

Vader: „Onze jongste zoon (4 jaar) lijkt moeite te hebben met overgangsmomenten. Hij heeft een sterk karakter en bepaalt graag alles zelf. Als hij zijn pyjama aanheeft, wil hij zich niet aankleden, en als het tijd is om naar bed te gaan, wil hij zijn pyjama niet aandoen. Zodra we benoemen dat we richting eten gaan wordt hij al boos. Dan komt hij in opstand, en zegt dingen als: ‘Ik ga niet aan tafel’, ‘En ik ga ook zus en zo niet eten’.

„Hij huilt vaak even hard en wordt boos. En daarna eet hij vaak wel een deel. We kondigen het bijtijds aan als we gaan eten, zeggen dat hij niks hoeft te eten, maar dat we wel willen dat hij aan tafel blijft. Het zou fijn zijn als hij zijn weerstand makkelijker kan laten gaan. Het speelt meer als hij moe is of veel te verwerken heeft gehad. Op school heeft hij minder last van die weerstand, omdat hij daar zelf mag kiezen met welk taakje hij begint.”

Naam en woonplaats zijn bij de redactie bekend. 

De rubriek Opgevoed is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl

Weerstand verminderen

Patty Leijten: „Goed dat u uw zoon helpt door die overgangsmomenten aan te kondigen en geen druk te leggen op eten. Uw zoon heeft nog weinig controle over de weerstand die hij ervaart.

„Als kinderen weerstand uiten, zijn ouders geneigd daar negatief op te reageren: ‘Ik vind het vervelend dat je zo moppert!” Logisch, maar niet effectief. Positief gedrag benoemen kan helpen om weerstand te doorbreken: ‘Ik vind het fijn dat je bij ons aan tafel zit.’

„U helpt uw zoon door zijn emoties te benoemen: ‘Ik snap dat je boos bent’, en te erkennen: ‘Je vindt het niet fijn als je moet stoppen met spelen.’ Daardoor voelen kinderen zich gezien en begrepen. Ook dit kan weerstand verminderen. En als hij daar even om moet huilen, mag dat. Als hij dan, zodra het hem lukt om rustig te worden, een bemoedigende blik of een boks krijgt, laat je merken dat je weet dat hij zijn best doet.

„Vraag uw zoon regelmatig naar zijn spel, en om uit te leggen hoe het werkt. Volg hierin zijn leiding. Dat geeft hem een gevoel van autonomie. Kinderen moeten zich vaak aan het ritme van volwassenen aanpassen, het is fijn als er momenten zijn waarop dat niet het geval is.”

Vanuit verbinding

Tischa Neve: „Als een kind met een intens karakter en een sterke wil ook prikkelgevoelig is, worden overgangsmomenten lastig. Zeker op momenten dat hij een vol hoofd heeft, of moe is.

„Een goede routine van terugkerende gewoontes is dan belangrijk, net als de voorbereiding op de volgende stap: ‘We gaan zo eten’, ‘Het is bijna bedtijd.’

„Start die overgangsmomenten vanuit verbinding. Als ouders wil je vaak snel dóór. Dan gaan de hakken helemaal in het zand. Kijk eerst wat hij aan het doen is, maak even contact met hem, en zet van daaruit de overgang in.

„Geef woorden aan zijn ongemak: ‘Balen hè, nu moet er een pyjama aan en je hebt er helemaal geen zin in! Daar mag je best even boos over zijn.’ Maar blijf wel bij uw plan.

„Geef hem binnen uw kaders de regie: ‘Wil je naast mij of naast mamma zitten? Wil je voor me de trap op, of loop je achter me aan?’ Niet gaan dreigen of van alles beloven, zo maak je een onrustig kind nog onrustiger.

„Vraag niet te veel van hem als u voelt dat zijn emmer aan het vollopen is. Zeg: ‘Zal ik even je pyjama aan en uit doen?’ ‘Kom lekker bij mij op schoot eten vanavond.’”

Patty Leijten doet als universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek naar gezinsinteracties bij dwars en opstandig gedrag. Tischa Neve is kinderpsycholoog en opvoedkundige.

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel