Totaal, wanhopig verliefd op deze Volvo-station

2 dagen geleden 1

Volvo maakt geen stations meer. De laatste was tot begin 2026 de V90 en dat was al geen echte. Zijn idioot hellende achterruit offerde bagageruim aan een misplaatste voorstelling van elegantie. Hij deed Audi’s na in de hoop Audi-mensen aan te lokken. Het opportunisme was een doodzonde. Een Volvo-station moest niet mooi maar goed zijn, een baksteen en geen zielloos lustobject met led-gedoe en beeldschermen.

Erger: Volvo maakt geen Volvo’s meer. Op een influencer-, autobladen- of reclamefilmpje op YouTube, het verschil is steeds moeilijker te zien, zag ik dronebeelden van de laatste Volvo-gezinswagen of poging daartoe. De elektrische ES90 is een monster van vijf meter lang met de bagageruimte van een kleine middenklasser en een beroerd zittende achterbank, vernam ik van collega’s die hem mochten meemaken. Op zijn enorme wielen oogde hij als een slechte kindertekening. Zelden zo’n pijnlijke auto gezien. Nee bedankt.

Terwijl Volvo zo goed was in intelligente, functionele ontwerpen, in de auto als optelsom van degelijke, functionele, levensreddende voorzieningen. Gordels, kreukelzones, goede stoelen, transparante hoofdsteunen voor een nog beter zicht naar achteren. Geen wonder dat de intelligentsia van ooit zich gekend voelde. En nu maar modieus mooi weer spelen. De maximumsnelheid voor de veiligheid op 180 begrenzen, maar die stekkerkrengen wel als kruisraketten laten optrekken. De crisis bij dat merk is totaal.

Ik moet dat als fossiele erfgenaam van de klassieke baksteen-Volvo allemaal niet zeggen. Voor je het weet krijg je de volle laag van alle vooroordelen over jouw vooroordelen. Jij gaat niet met je tijd mee, dikke witte hoogopgeleide benzineboomer met je bourgeoise retrofantasieën, wake up in fokking 2026 bro. Zo is dat, Twitter. Qua Volvo ga ik inderdaad niet met mijn tijd mee omdat ik als ervaren Volvorijder weet dat alles aan een Volvo vroeger beter was, behalve de CO2-uitstoot. Ten bewijze haal ik er nog één keer eentje uit de oude doos.

Afbeelding met meerdere focuspunten die samen een verhaal vormenZoom in voor details van de Volvo 960Klik op de punten voor uitleg over de detailsFoto Merlijn Doomernik

Veercomfort

Het is een 960 van 1995, de grootste Volvo-station die je toen kon kopen. Hij ziet er in dat oogstrelende donkergroen met licht leren interieur zo goed uit omdat de vorige eigenaar hem ad absurdum vertroetelde, maar ook zonder die zorg had hij zijn leeftijd makkelijk gehaald. Deze heeft 237.000 kilometer op de teller, voor een Volvo van die generatie peanuts. De drieliter zescilinder is onverwoestbaar. Ja, hij loopt 1 op 10. Maar de bouwkwaliteit en het ontwerp kunnen een merk dat de weg zo kwijt is nóg tot voorbeeld strekken.

Ik zijg neer op een betere stoel dan ik in 99 procent van nieuwe testauto’s aantref. Zulk veercomfort heb ik gemist sinds Citroën ophield Citroën te zijn. De bedieningsvriendelijkheid is voorbeeldig met grote, zelfs met winterhandschoenen bedienbare schakelaars voor uitsluitend zinvolle voorzieningen. Dan weet je weer waarom mensen oude auto’s rijden. Ze missen de zalige, prikkelvrije eenvoud van weleer. En de doordachtheid. Leerzaam is de kloof tussen buitenafmetingen en binnenruimte. De 960 is met 1,75 meter vier centimeter smaller dan een nieuwe Volkswagen Golf, geloof het of niet, maar in de bagageruimte van de 960 kunnen met neergeklapte achterbank twee mensen slapen, en de totale laadruimte bedraagt ruim 1.700 liter.

De bewegingsvrijheid voor bestuurder en voorpassagier is onvoorstelbaar voor zo’n smalle auto

Hij is niet overdreven snel. Elke elektrische middenklasser heeft tegenwoordig ook 204 pk. Maar niet de soevereine rust waarmee dit optrekt, stil en geleidelijk. Het genieten begint al in de brochure, waar Volvo alle facetten van ontwerp en techniek met solide argumenten beargumenteert. „De deuren zijn makkelijk te openen, vooral belangrijk na een ongeval.” Alles is logisch aan de 960. De ramen staan „nagenoeg verticaal” om drie redenen. „Kleinere invalshoek voor de zon”, dus minder hitte, „minder kans dat het binnen regent als een ruit wordt geopend”, „meer veiligheid door de grotere afstand van de inzittenden ten opzichte van de zijruiten”. Door die staande ruiten, voeg ik toe, lijkt hij twintig centimeter breder dan hij is. De bewegingsvrijheid voor bestuurder en voorpassagier is onvoorstelbaar voor zo’n smalle auto. Het uitzicht rondom trouwens ook met die enorme ramen. Totaal, wanhopig verliefd op deze groene.

Boven de schakelaars voor de elektrische ramen de twee palletjes voor de spiegels, nog steeds de meest praktische manier om de buitenspiegels te verstellen.

Klok, snelheidsmeter, toerenteller, meer niet, en bij deze kilometerstand gelden Volvo’s oude stijl als ‘net ingereden’.

Veiligheid voor alles bij Volvo; een airbag voor de bijrijder is er al en om het ventilatierooster loopt een deftig hoogglans sierlijstje.

Klassieke deftigheid is de sierlijst met modelnaam op de dorpels.

Met 3.0 wordt de cilinderinhoud bedoeld (al is het met 2922 cc eerder 2.9), met 24V het aantal kleppen, vier per cilinder.

Knoppen voor verlichting en via de hendel voor de richtingaanwijzer laat zich ook de cruise control bedienen.

Foto Merlijn Doomernik

Laat Volvo met zijn Chinese eigenaar Geely breken, dat het leegzuigt en ontheiligt. Laat het zichzelf opnieuw uitvinden. Laat het de weg terug naar het verstand vinden zonder monsterlijke vormen en tokkieschermen. Laat slimme werktuigbouw de pseudo-innovatie van big tech verslaan, het kan en moet. Laat deze Volvo, en geen andere, model staan voor een nieuwe generatie meestertransporters.

Lees het hele artikel