Tonio duikt steeds op in het requiem dat Van der Heijden schreef over zijn vader

2 uren geleden 1

De beschaving begint in Maastricht, leerden wij vroeger in de polder, en op een lentemaandag in maart lijkt daar geen speld tussen te krijgen. Als je het hemelblauwe boekenkastje om de hoek van het station opent, ben je eigenlijk al in Frankrijk. Want daar staat de Guide Rouge van Michelin (editie 2015) en in een hoekje een versleten, maar intact deeltje uit de Pléiade-reeks: de tweede helft van Marcel Prousts À la recherche du temps perdu. Iets minder Frans (al komt het land er wel in voor) is Asbestemming, het requiem dat A.F.Th. in 1994 publiceerde over zijn vader, die in 1993 overleed.

Dat boek zwiept de lezer wel meteen naar Amsterdam, preciezer naar een café aan het Spui, waarover Van der Heijden een zin schrijft die me altijd is bijgebleven: „Cafe de Z. is een manier van leven.” Het is niet de beste zin uit het oeuvre van Van der Heijden. De uitspraak dient om het contrast aan te geven tussen het café dat de schrijver frequenteert (vol „journalisten, schrijvers, filmers, academici, gemeentepolitici, kortom het soort mensen dat het met elkaar getroffen heeft – elke vertegenwoordigde beroepsgroep met een hoog gehalte aan communistische spijtoptanten”) en het café aan de overzijde van de Heisteeg dat door een uitgever (Jaco Groot, voor de grachtengordelhistorici) werd aangeduid als „A nest of blue blazers”).

Van der Heijden beschrijft vervolgens een namiddag in het café en op het terras, waarin met het toenemen van de gezamenlijke bierinname de sfeer allengs treuriger wordt, zeker voor de nuchtere lezer. Die „manier van leven” moeten we in zijn volle ambiguïteit tot ons nemen, zo blijkt. Er volgen ruzies en gedoetjes tussen critici en kunstenaars, waarna een man Van der Heijden plots aanvliegt en onder het roepen van „vuile pornograaf” hem een scheur in zijn jukbeen slaat (dit heeft te maken met een Schiermonnikoogscène uit Advocaat van de hanen). Daarna wordt er met bierglazen gegooid.

Alcoholisme

Die scène, aan het begin van Asbestemming, is met zorg gekozen. Niet alleen omdat de schrijver, die een week later op Tweede Pinksterdag te horen krijgt dat zijn vader in het ziekenhuis is opgenomen, daardoor tot zijn ergernis met een kolossale bloeduitstorting aan het sterfbed van zijn vader zal staan. Maar vooral omdat alcoholisme en de strijd daartegen deel uitmaken van de gezamenlijke geschiedenis van vader en zoon.

Intussen wordt de lezer van na 2011 bezocht door associaties met het requiem dat Van der Heijden in dat jaar publiceerde, over zijn een jaar eerder op Eerste Pinksterdag bij een verkeersongeluk omgekomen zoon Tonio. In Asbestemming heeft de dood van een dierbare nog iets natuurlijks, een onprettige onderbreking van het dagelijks leven; in Tonio kan er naast de rouw niets meer bestaan. Asbestemming blijkt vol scènes met de vijfjarige Tonio te staan, die buitengewoon op zijn opa was gesteld. „Het kind hield zoveel van zijn grootvader dat het zich soms schaamde tegenover zijn oma: ‘Oma, ik fin jou ook heel lief hoor.’”

De opa sterft uiteindelijk op de verjaardag van zijn kleinzoon. De schrijver constateert de verknoping van zijn vader en zijn zoon, zonder te weten wat hem verder nog boven het hoofd hangt.

Lees het hele artikel