Acht jaar geleden nam dirigent Yannick Nézet-Séguin afscheid als de knuffelbaarste chef in de geschiedenis van het Rotterdams Philharmonisch. Wat orkest en stad aan zijn chefschap (2008-2018) overhielden: dat ‘Yannick’ als eredirigent regelmatig loyaal terugkomt voor concerten die evenementen zijn. Daartoe behoort ook een reeks spectaculaire concertante uitvoeringen van de vier opera’s die samen Wagners Der Ring des Nibelungen vormen. Na Das Rheingold (2022) en Die Walküre (2024) was vrijdag deel drie aan de beurt: Siegfried, de grappigste en muzikaal meest contrastrijke van de vier.
Hoe verging het ‘Yannick’ (de eerste dirigent die beroemd werd onder zijn voornaam) sinds 2018? Hij werd muzikaal-directeur van de Metropolitan Opera én chef in Philadelphia, bleef het in thuisstad Montreal en geeft naast zijn drie eigen orkesten en internationale gastdirecties les in orkestdirectie. De gewilde verpersoonlijking van de moderne dirigent bleef hij, alleen in New York wordt soms gesputterd over de versnippering van Yannicks aandacht.
Festivalgevoel
Voor Rotterdam zijn er alleen maar voordelen. Met Yannick staat er een ervaren operachef van wereldklasse voor het orkest, die bovendien kostbare topzangers meebrengt voor de korte prestigieuze Europese Siegfried-tournee. Voordeel twee: als Yannick er is, hangt om Rotterdams Philharmonisch Orkest weer even het ‘hier moet je zijn!’-festivalgevoel dat het sinds de noodzakelijke stopzetting van het Gergjev Festival mist.
De voorbereiding was voorbeeldig. Zoals je traint voor een marathon, zo is het Rotterdams Philharmonisch Orkest in Wagners wondere wereld warmgespeeld tijdens de uitvoeringen van Tristan und Isolde bij De Nationale Opera. Yannick zelf dirigeerde Siegfried niet eerder: de concertante Wagners in Rotterdam zijn voor hem een warme start voor zijn scenische ‘Ring’ aan de Metropolitan Opera – vanaf 2027.
Het bleek een ontdekkingstocht waar je als luisteraar dolgraag en met kippenvel op je schenen getuige van was: hoe koperblazers voorwereldlijk grommen, strijkers zwellen als blaasbalgen, houtblazers excelleren in bij voorbeeld de scène met het sprekende woudvogeltje (mooi strakke Julie Roset). Het orkest speelt onder Yannick met zichtbaar plezier hoorbaar op zijn allerbest, en dan komen daar de vitaliteit (humor, bewegelijkheid) en de zinnelijkheid waarin hij excelleert nog bij.
Argeloze branie
De cast is overall uitstekend, met Brian Mulligan als aansprekende, geplaagde Wotan/Wanderer en Ya Chung Huang als een bevredigende, zij het iets keurige gifdwerg Mime. Bij hen denk je soms wel: hadden alle orkestmusici (grote bezetting met onder andere zes harpen en een batterij koper en slagwerk) in een verzonken bak gezeten, dan waren deze stemmen nog beter tot hun recht gekomen. Dat geldt totaal niet voor de krachtige donderbas Salomon Howard als draak, noch voor de virtuoze krachtsopraan van Rebecca Nash (Brünnhilde). En al helemaal niet voor dé vocale attractie van deze avond: tenor Clay Hilley (eerder al indrukwekkend in Zemlinsky’s Der Zwerg bij DNO). Hilley zet een Siegfried neer zoals je hem droomt. Soepel, vol argeloze branie, en pas aan het slot echt menselijk. Het was een topavond die doet uitzien naar het slotdeel Götterdämmering, in 2028.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/17082957/190426WET_2032791316_hp.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/19142955/190426BUI_2033124407_Hormuz01.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/17140056/190426CUL_2032764514_Passagierin03.jpg)






English (US) ·