Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog schreef de Franse filosoof Simone Weil over het verwoestende effect van macht en geweld op slachtoffer én dader. „Even onverbiddelijk als het slachtoffer door de macht wordt verpletterd, laat degene die macht heeft of denkt te hebben zich daardoor het hoofd op hol brengen”, aldus Weil. Verterende schuld is het onderwerp van de opera Die Passagierin van Mieczyslaw Weinberg, die komende weken te zien is bij De Nationale Opera in Amsterdam.
Het ontstaan van Die Passagierin is eigenlijk een opera op zich. De joods-Poolse Weinberg, vriend van Sjostakovitsj, was de nazi’s ontvlucht en stuitte in de Sovjetunie op de roman De passagier (1962) van Zofia Posmysz. Daarin verwerkte de katholiek-Poolse Posmysz een huiveringwekkende ervaring: eind jaren 50 herkende ze in Parijs de stem van de SS-kampbewaakster die haar in Auschwitz in haar macht had. Het bleek iemand anders, maar het voorval leidde ertoe dat ze haar ervaringen opschreef.
In haar roman draait Posmysz de rollen echter om. Tijdens een overtocht naar Brazilië herkent ex-kampbewaakster Lisa een medepassagier als haar ex-gevangene Marta. Of het echt Marta is blijft ongewis, maar de suggestie is genoeg om de gehaktmolen van het geweten aan te zwengelen. Lisa biecht haar verleden op aan kersverse echtgenoot Walter, die woedend reageert (vanwege mogelijke reputatieschade) en zich dan met vloeiend opportunisme aanpast aan de nieuwe werkelijkheid.
Weinberg voltooide de opera in 1968. Geplande uitvoeringen gingen niet door en hij zou het werk nooit horen: pas in 2006, tien jaar na Weinbergs dood, was in Moskou de concertante première. Sindsdien is de opera veelvuldig opgevoerd. De Amsterdamse productie is een samenwerking met de Bayerische Staatsoper, waar deze versie in 2024 te zien was. Dirigent Vladimir Jurowski (in Amsterdam niet betrokken) knipte verschillende scènes en personages eruit, zodat de opera ruim twee (in plaats van drie) uur duurt. Dat voelt precies goed.
Genadeloze strop
De dramaturgie van Die Passagierin is als een strop die genadeloos met kleine rukjes wordt aangetrokken. Wanneer Lisa Marta denkt te zien krijgt het cruisegekeuvel van haar en Walter een tik – een duistere orkestklap hakt in de vrijblijvende dobberjazz. Het kampverleden breekt daarna steeds heviger in op het heden. Met veel finesse en gelaagdheid ontleedt de opera de geest van de dader, die een belichaming is van het banale kwaad. Lisa klampt zich vast aan de ‘gunsten’ die ze Marta verleende – deed ze dan niet het goede? Maar haar schuld is eindeloos: in een derde laag – het heden – is ‘oude Lisa’ (actrice Sibylle Maria Dordel) nog altijd in de greep van het verleden.
De regie van Tobias Kratzer, ingestudeerd door Andreas Weirich, laat Auschwitz buiten beeld en plaatst slachtoffers en daders gezamenlijk in het surreële decor van het cruiseschip. Lisa’s martelende herinneringen komen tot leven als een reenactment door haar medepassagiers. De eerste akte toont een verticale dwarsdoorsnede van het schip, met ingenieuze schuifconstructies om te schakelen tussen binnen en buiten. De compartimentenwereld verandert in de tweede akte in één grote zwarte ruimte met lange rijen witgedekte tafels: eetsalon, maar ook kampbarakken.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/17140052/190426CUL_2032764514_Passagierin02.jpg)
De eerste akte van ‘Die Passagierin’ van Mieczyslaw Weinberg bij De Nationale Opera, met een dwarsdoorsnede van een cruiseschip.
De climax is het moment waarop Marta’s geliefde, violist Tadeusz (bariton Gyula Orendt), gedwongen wordt de favoriete wals van de kampcommandant te spelen. In plaats daarvan speelt hij de ‘Chaconne’ van Bach, als het hoogste dat de Duitse cultuur heeft voortgebracht. SS’ers slaan hem ter plekke dood, maar Tadeusz heeft iets getoond dat zijn beulen niet kunnen raken.
Lees ook
Schatkist vol partituren overleefde de hel van Warschau
Schmierende walsjes botsen op afgrondelijke uitzichtloosheid. Weinbergs muziek is een verbluffend rijke collage van sferen, kleuren en nuances, flitsend gemonteerd en vol voorafschaduwingen. Het is muziek die alles al weet, en wat ze oproept is iets om nooit te vergeten. Het Nederlands Philharmonisch speelt schitterend onder de jonge dirigent Adam Hickox, en ook de solistencast is goed, met mezzo Jenny Carlstedt als de vanbinnenuit opgevreten kampbewaakster Lisa, sopraan Sylvia D’Eramo als het frêle maar soevereine spook Marta en Nikolai Schukoff als heldentenor-op-sokken Walter. Wanneer het operakoor vanuit de coulissen zingt over ‘de Zwarte Muur des doods’ lopen de rillingen je over de rug.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/19153436/190426CUL_2032705397_Roadburn02.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/19141341/190426VER_2033002059_LibanonVeteranen01.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/17082957/190426WET_2032791316_hp.jpg)






English (US) ·