Sommige dingen kun je alleen in je eentje verwerken. Voor veteraan Jan Karremans (65) uit Rijswijk is dat de oorlog die Israël op dit moment voert in Libanon. Hij kijkt doorgaans zo min mogelijk naar het nieuws. „Doet te veel pijn.” Maar als hij het doet, kiest hij een moment waarop hij alleen is. Zodat zijn vrouw hem niet ziet. „Dan kan ik mijn emoties even helemaal laten gaan”, zegt hij. „Vloeken als ik dat wil, stoom afblazen, of huilen.” Zijn hond mag er wel bij zijn.
Karremans vertrok als 19-jarige in 1980 tijdens zijn dienstplicht naar Libanon. Nederland zond daar destijds dienstplichtigen en beroepsmilitairen naar uit, als bijdrage aan de vredesmissie van de Verenigde Naties Unifil. In Libanon woedde toen een burgeroorlog, die duurde van 1975 tot 1990 . Om de soevereiniteit van Libanon te bewaken, stelden de VN een vredesmacht in.
Karremans – opgeleid als slager – verzorgde in Libanon samen met twee andere slagers vanuit zijn post in het Zuid-Libanese dorp Haris het vlees voor het hele bataljon. „Wij sneden het vlees voor alle Nederlandse VN-soldaten”, vertelt hij. „Vanuit daar werd dat naar andere militaire posten gebracht.”
Deze zaterdag heeft Karremans de trein naar Eindhoven genomen om samen met andere veteranen over de huidige Israëlische oorlog in Libanon te praten. Die brengt herinneringen aan hun tijd in Libanon naar boven en gevoelens van machteloosheid. Voor veel aanwezigen is Unifil inmiddels zo’n veertig jaar geleden en was het hun eerste en enige militaire ervaring. Toch voelen ze nog altijd een diepe verbinding met Libanon.
De organisatie, de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en dienstslachtoffers (BNMO), rekende op zo’n dertig mensen. Maar voor de vijftig mensen die uiteindelijk komen zijn er amper genoeg zitplaatsen. De veteranen willen weten hoe het nu in Libanon gaat. Staan de dorpen die zij hielpen opbouwen nog overeind?
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/19141348/190426VER_2033002059_LibanonVeteranen02.jpg)
De veteranen zijn bijeen in Veteranen Ontmoetingscentrum De Treffer in Eindhoven.
Foto Merlin DalemanOp het programma staat onder meer een lezing over moral injury, ook wel ‘morele verwonding’ genoemd. Dat is het diepe schuldgevoel dat bij militairen kan ontstaan als zij zich tijdens een missie anders hebben gedragen dan ze volgens henzelf hadden moeten doen. Gevoelens van machteloosheid die ze destijds hebben ervaren, spelen ook een rol. Dit kan uitgroeien tot een posttraumatische stressstoornis (PTSS).
„Is het normaal dat het gevoel van moral injury toeneemt als het onrustig is in het gebied waar je gediend hebt?”, vraagt Karremans aan de spreker. Het is inderdaad normaal, antwoordt Bart Hetebrij, humanistisch geestelijk verzorger bij de krijgsmacht.
Machteloos
Over machteloosheid gesproken: Ron Breider (67) hoorde op een middag in 1980 vanaf zijn post in het Zuid-Libanese dorp Yatar granaten over het land „zoeven”. Hij en zijn kameraden gingen met een verrekijker op het dak van hun post staan. Vanaf daar konden ze de Zuid-Libanese stad Sour aan de Middellandse Zee zien liggen.
„Door de verrekijker zagen we hoe de brokstukken van flatgebouwen afvlogen, waar burgers wonen”, vertelt Breider. De granaten kwamen waarschijnlijk van de troepen van de Libanese Majoor Haddad, denkt Breider, een van de strijdende groepen tijdens de Libanese Burgeroorlog. „Ik voelde me machteloos. Onschuldige mensen gingen dood en wij konden er niets tegen doen.” Sour lag buiten het gebied dat Unifil moest beschermen.
Dat machteloze gevoel van toen komt bij Breider nu weer naar boven, omdat het opnieuw zo slecht gaat met Libanon. „Ik heb lang gedacht dat ik mijn tijd in Libanon wel weg kon stoppen. Maar ik kom er nu achter dat het een boek is dat nooit meer dichtgaat.”
Breider bouwde een band op met de lokale bevolking. Hij werkte als radiomonteur voor de vredesmissie, maar voetbalde op vrije momenten vaak met jonge Libanezen. Sommigen leerden een woordje Nederlands. Aan een jongen van zestien lieten Breider en zijn kameraden zien hoe je friet bakt op z’n Hollands. „Twee keer frituren dus. Hij verdiende daar later geld mee.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/19141426/190426VER_2033002059_LibanonVeteranen03.jpg)
Libanonveteranen luisteren naar een lezing over morele verwonding: het diepe schuldgevoel dat kan ontstaan bij militairen als zij zich tijdens een missie anders hebben gedragen dan ze volgens henzelf hadden moeten doen.
Foto Merlin DalemanSlager Karremans neemt de mensen die hij leerde kennen tijdens zijn dienstplicht nog altijd „in bescherming” in Nederland door het voor hen op te nemen in gesprekken over de situatie in het Midden-Oosten. Het was een van de moeilijkste dingen aan terugkomen na zijn dienstplicht: het „verkeerde beeld” dat veel Nederlanders hebben van mensen in het Midden-Oosten. Hij kreeg bijvoorbeeld de vraag of hij veel Palestijnen gedood had, alsof dat een goede zaak zou zijn. „Maar de Palestijnen zijn niet de aanstichters van het conflict. Israël houdt zich niet aan de resoluties van de VN-veiligheidsraad. De Palestijnen en Libanezen zijn slachtoffer van een situatie waar ze zelf niet voor hebben gekozen.”
Terugkeerreis
Hans Smits (62) en Michael ten Bhömer (67) ontmoetten elkaar tijdens een zogeheten terugkeerreis naar Libanon. Dat zijn reizen waarin veteranen teruggaan naar de plek van een ingrijpende uitzending. Om trauma’s te verwerken, of om te zien hoe het nu met het land gaat. Smits en Ten Bhömer dienden niet tegelijkertijd in Libanon, maar dát ze er allebei hebben gezeten, is genoeg basis voor een vriendschap. Smits: „Dan hoef je niks meer te zeggen. Je begrijpt elkaar, omdat je weet hoe het was.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/19141454/190426VER_2033002059_LibanonVeteranen04.jpg)
Veteranen Ontmoetingscentrum De Treffer in Eindhoven.
Foto Merlin DalemanSmits en Ten Bhömer vertrokken allebei in de jaren tachtig met een optimistisch gevoel naar Libanon. Ze dachten dat ze echt iets konden betekenen voor de lokale bevolking. Maar bij terugkeer waren ze „een illusie armer”, zegt Ten Bhömer. „We bleven achter met het gevoel dat we niet echt iets hebben kunnen doen. Door de manier waarop Israël nu z’n gang kan gaan, wordt dat gevoel opnieuw bevestigd. Ik begin hierdoor steeds meer afkeer te krijgen van Israël.”
Smits kwam er op latere leeftijd achter dat hij in Libanon iets heeft meegemaakt dat grote impact op hem had. In 2013 viel hij uit door PTSS. „Ik werd er op een nacht wakker van”, vertelt hij. „Sindsdien bleven de beelden terugkomen.” Over de gebeurtenis praat hij liever niet. Hij volgde EMDR-therapie en maakte een terugkeerreis. „Zo heb ik het wat meer een plekje kunnen geven.”
Maar een dag als vandaag, als het leed in Libanon weer zo op de voorgrond staat, doet Smits „verschrikkelijk veel pijn”, vertelt hij. „Ik ben daar geweest. Ik ken de mensen. Mama Bouchra die soms onze was deed. Laila die een winkel had waar we chips en frisdrank kochten. Zij zijn heel lief en willen gewoon genieten van de kinderen en de kleinkinderen, maar in plaats daarvan leven ze in een oorlog. Als ik zie wat daar nu weer gebeurt, denk ik: doe normaal.”
‘Alles is weg’
Op het grote scherm verschijnt veteraan Chris Laarhoven via een live videoverbinding. Hij zit in het zuiden van Libanon waar (ook tijdens het staakt-het-vuren) door Israël geschoten wordt. Laarhoven diende ook tijdens de Unifil-missie en richtte later de stichting Weerzien met Libanon op, voor terugkeerreizen voor veteranen. Toen de Israëlische aanvallen op Zuid-Libanon in maart verhevigden, was hij ter plaatse. Sindsdien kan hij niet terug.
De veteranen vragen Laarhoven wat er nog over is van het gebied dat zij destijds bewaakt hebben. Laarhoven gaat alle namen van de door hen bewaakte dorpen langs. „Alles is weg”, zegt hij. „Het is onvoorstelbaar. Hele wijken zijn weggevaagd.” Het Unifil-monument staat volgens Laarhoven nog wel overeind.
„Kom je wel op tijd terug voordat je opa wordt, Chris?”, vraagt een man. De dochter van Laarhoven zit in de zaal. Ze is zwanger. „Ik kom terug ja”, zegt Laarhoven, en laat dan een korte stilte vallen.
Terugkeren is niet simpel, weten de veteranen. Niet alleen door opgeblazen bruggen of volle vliegtuigen. Terugkeren kan voelen als opgeven, als de mensen om je heen in de steek laten. Om terug te keren moet je de plek mentaal ook loslaten. „We laten de mensen niet in de steek als we weggaan”, zegt Laarhoven. „We zitten in hun hart en zij in dat van ons. Libanon blijft bij ons. Altijd.”
In de ooghoek van Breider verschijnt een traan. „Hij heeft gelijk.”
Lees ook
Schuldgevoel en boosheid blijven militair kwellen


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/17161639/190426BIN_2033057580_detentie2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/19152006/190426SPO_2032975623_.jpg)







English (US) ·