Sommige haaien en tonijnen verbruiken veel meer energie dan gedacht. Daardoor raken ze steeds vaker in de problemen.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Een nieuw onderzoek laat zien dat zogeheten mesotherme vissen, zoals tonijnen en enkele haaiensoorten, veel meer energie gebruiken dan koudbloedige vissen van vergelijkbare grootte. Het gaat om soorten die niet volledig warmbloedig zijn, maar wel delen van hun lichaam warmer kunnen houden dan het omringende zeewater. Daardoor kunnen ze sneller zwemmen, grote afstanden afleggen en effectiever jagen. Maar die bijzondere eigenschap heeft ook een keerzijde.
Uit het onderzoek, dat is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Science, blijkt dat deze warmere vissen ongeveer 3,8 keer meer energie verbruiken dan koudbloedige vissen. Dat betekent dat ze ook veel meer voedsel nodig hebben om hun lichaam draaiende te houden.
Leestip: Tonijn trekt aan het kortste eind
Echter kampen mesotherme vissen nog met een ander probleem: een groter lichaam houdt warmte beter vast. Dat betekent dat het risico op oververhitting langzaam toeneemt naarmate ze groter worden. De onderzoekers spreken daarom van een soort dubbele dreiging voor deze soorten: door de opwarming van de oceanen trekken prooidieren weg en raken ze tegelijkertijd steeds vaker in de knel met hun lichaamstemperatuur.
De dubbele dreiging kan grote gevolgen hebben voor soorten zoals de witte haai, de reuzenhaai en ook voor verschillende tonijnen. Ze zouden in de toekomst minder geschikt leefgebied kunnen overhouden en vaker moeten uitwijken naar koelere wateren.
Kleine sensoren
Om dat te onderzoeken ontwikkelden wetenschappers van Trinity College Dublin en de University of Pretoria een nieuwe methode om het energieverbruik van vissen te schatten. Ze gebruikten daarvoor biologging-data: gegevens van kleine sensoren die de temperatuur van het lichaam van de vis en die van het omringende water meten.
Door die informatie te analyseren konden de onderzoekers berekenen hoeveel warmte een vis produceert en hoeveel warmte hij verliest. Zo kregen ze een beter beeld van de stofwisseling van deze dieren in hun natuurlijke omgeving. De data van grote vissen, waaronder reuzenhaaien van maximaal 3,5 ton, werden gecombineerd met honderden metingen van kleinere soorten.
Volgens teamlid Nicholas Payne spreken de resultaten voor zichzelf. “De uitkomsten waren heel opvallend,” zegt hij. “Zelfs als je rekening houdt met lichaamsgrootte en temperatuur gebruiken mesotherme vissen in veel gevallen ongeveer 3,8 keer meer energie dan vergelijkbare koudbloedige vissen.” Hij wijst erop dat een stijging van 10 graden Celsius in lichaamstemperatuur de stofwisseling van een vis aanzienlijk kan versnellen. Daardoor moeten ze veel meer eten om het vol te kunnen houden.
Daar komt nog het probleem van oververhitting bij. Vooral grote mesotherme vissen kunnen in warmer water moeite krijgen om hun lichaamstemperatuur stabiel te houden. De onderzoekers berekenden theoretische grenswaarden voor die warmtebalans. Zo zou een haai van een ton al problemen kunnen krijgen in water dat warmer is dan ongeveer 17 graden Celsius.
Boven zo’n grens moeten vissen iets doen om niet oververhit te raken. Ze kunnen langzamer gaan zwemmen of naar kouder en dieper water duiken. Maar ook dat heeft een prijs: als je langzamer zwemt vang je mogelijk minder prooi. En alhoewel diepere wateren doorgaans koeler zijn, leven daar vaak ook minder (geschikte) prooidieren.
Zoektocht naar koeler water
De resultaten helpen ook om al bekende patronen in de oceaan beter te begrijpen. Biologen vinden steeds vaker grote vissen in koelere gebieden, zoals in diepere wateren maar ook dichter bij de polen. Daarnaast lijken veel soorten met de seizoenen mee te trekken naar andere plekken. Dit onderzoek laat zien dat het hier dus mogelijk niet om een nieuw migratiepatroon gaat, maar om soorten die te maken hebben met oververhitting.
De onderzoekers waarschuwen dat de klimaatverandering deze problemen aanzienlijk kan verergeren. Soorten die nu nog wel kunnen afkoelen door dieper te duiken kunnen in de toekomst die optie mogelijk verliezen. Teamlid Shane Snelling zegt: “Dit onderzoek laat zien dat deze dieren meer moeite moeten doen om te overleven dan we dachten.”
Payne voegt toe: “in het verleden werden mesotherme soorten ook hard geraakt door klimaatveranderingen, zoals de uitgestorven Megalodon. Zoiets zou nu weer kunnen gebeuren, zeker omdat veel van deze soorten al te maken hebben met overbevissing. De situatie is echt zorgelijk te noemen.”
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Niet alleen visserij, ook toerisme beïnvloedt waar rifhaaien voorkomen en Stierhaaien zijn verrassend sociaal: ze hebben goede vrienden . Of lees dit artikel: Je kunt de lente ruiken, zelfs beter dan een haai bloed ruikt .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

1 dag geleden
1










English (US) ·