Het kabinet mag dan aarzelen, een groot deel van de Tweede Kamer is er duidelijk over: de Europese Unie moet hard terugslaan als Donald Trump Europese landen een handelstarief oplegt omdat ze troepen naar Groenland hebben gestuurd.
„We zijn op een punt gekomen dat zalvende woorden niet meer werken”, zegt buitenlandwoordvoerder Derk Boswijk (CDA). „Het is tijd voor een rechte rug”, zegt Kati Piri (GroenLinks-PvdA). „Geen daddy-diplomatie meer.”
In de afgelopen dagen heeft de Tweede Kamer het initiatief naar zich toegetrokken bij de vraag hoe Nederland moet omgaan met de dreigementen van het Witte Huis. Afgelopen weekend al vroeg de Kamer om een kabinetsreactie op de dreigende handelsoorlog met de VS. Dinsdag schaarde een meerderheid onder aanvoering van D66, CDA en GroenLinks-PvdA zich achter schriftelijke vragen waarin het parlement duidelijk maakt dat demissionair premier Schoof géén mandaat heeft om op het World Economic Forum in Davos toe treden tot Trumps ‘Vredesraad’, waarvoor Nederland ook is uitgenodigd. Ook de VVD sloot zich aan bij indiener Kati Piri.
Onder druk van de Kamer moet het kabinet opnieuw positie kiezen. Afgelopen zondag liet de regering nog weten „de prioriteit” te leggen „bij het voorkomen” van door Trump aangekondigde importheffingen en op „de-escaleren”. Maar een groot deel van de Kamer vindt dat niet voldoende. „Juist om te de de-escaleren moet je nu met een ferm standpunt komen”, zegt Boswijk.
‘Anti-Coercion Initiative’
Komende donderdag vergaderen de 27 Europese regeringsleiders in Parijs over de vraag of de EU het zogeheten ‘Anti-Coercion Initiative’ (ACI) moet activeren in antwoord op de door Trump aangekondigde heffingen. De ACI werd in het leven geroepen tijdens handelsperikelen in Trumps eerste termijn (2016-2020) en vergt geen unanimiteit, maar slechts een meerderheid van landen.
Deze Europese economische ‘bazooka’ zou het bijvoorbeeld mogelijk maken om heffingen op te leggen aan de Amerikaanse tech-sector, voor wie de Europese afzetmarkt van groot belang is. De Franse president Emmanuel Macron zei eerder voorstander te zijn van het inzetten van de bazooka. De Duitse minister van Financiën, Lars Klingbeil, viel hem daarin bij.
De Nederlandse regering is nog niet zover. Tijdens het mondelinge vragenuur in de Tweede Kamer zei demissionair minister van Defensie Ruben Brekelmans (VVD) weliswaar dat „alle opties op tafel liggen”, maar hij temperde de verwachtingen over snelle inzet van het anti-dwanginstrument. „Welke afweging we daar als 27 landen in maken, zal afhangen van wat er de komende dagen gebeurt”, zei Brekelmans.
Een groot deel van de Kamer wil echter dat het kabinet een standpunt inneemt. „Het is zaak dat Nederland zich aansluit bij Frankrijk en Duitsland”, zegt Piri. „Nederland reageert telkens net een dag later dan de rest van Europa”, zegt Boswijk. „Dat is niet de positie die we zouden moeten hebben.” Voor de bijeenkomst in Parijs, donderdag, zal de Kamer debatteren met premier Schoof over zijn inzet tijdens de Europese Raad. D66, CDA, GroenLinks-PvdA en progressieve partijen als de Partij voor de Dieren en Volt zullen daarbij inzetten op een fermer Nederlands standpunt.
Aan de rechterkant van het politieke spectrum is men voorzichtiger. Michiel Hoogeveen (JA21) noemt het „onverstandig” van Piri om nu al te kiezen voor het sanctiewapen. Volgens Hoogeveen zou er vanuit de Republikeinse Partij druk op Trump moeten worden uitgeoefend om de koers te wijzigen, daar zou hij al „signalen” van hebben opgevangen. „We moeten niet meteen stoere taal uitslaan, maar de kaarten tegen de borst houden”, aldus Hoogeveen.
Als de EU en de VS in een handelsoorlog terechtkomen dan zullen bedrijven aan beide zijden van de Atlantische Oceaan schade ondervinden, benadrukt Henk Vermeer (BBB). „Als je dit instrument inzet moet je wel gezamenlijk verantwoordelijkheid kunnen nemen voor diegene die het treft.” Maar anders dan JA21 vindt ook BBB dat er een grens bereikt is. Europa moet minder handelen vanuit „een feminiene cultuur van overleg en diplomatie”, zegt Vermeer: „Dat is niet de taal van de nieuwe wereldorde”.
VVD in het midden
De VVD neemt een middenpositie in – niet voor het eerst. De liberalen zijn van oudsher sterk op de VS georiënteerd en koesteren een behoorlijke dosis wantrouwen tegen EU-politiek. VVD-minister van Buitenlandse Zaken David van Weel zei eerder in de Tweede Kamer dat Groenland en Denemarken uiteindelijk tot een vergelijk zouden moeten komen met de VS. Toen Trump zijn invoerheffingen bekendmaakte (ook tegen Nederland) sprak Van Weel echter over „chantage”.
VVD-woordvoerder Eric van der Burg houdt zich voorlopig nog op de vlakte. Volgens hem moeten de Europese landen „met één verhaal komen” komende donderdag: „Eenheid maakt macht.” De VVD’er benadrukt dat er nog tijd en ruimte is om te onderhandelen met de VS voordat de EU de trekker van de handelsbazooka overhaalt. „Het is nog elf dagen tot 1 februari, een lifetime om die 10 procent van tafel te krijgen.”
CDA’er Boswijk ziet de VVD’ers in het kabinet worstelen met hun Amerika-standpunt onder invloed van oud-premier Mark Rutte, nu secretaris-generaal van de NAVO. Dinsdag publiceerde Trump opnieuw een persoonlijk bericht van Rutte, waarin de NAVO-sg wederom probeert in het gevlei te komen bij de Amerikaanse president. „Ruttes doel is om de NAVO bij elkaar te houden en dat doet hij heel goed”, zegt Boswijk. „Maar ons Nederlandse belang ligt niet automatisch in het verlengde daarvan. Dat ligt ook bij de EU.”
Intussen probeerde Ursula von der Leyen in Davos alvast zo veel mogelijk zelfvertrouwen uit te stralen. De Europese Unie zal op een „vastberaden, eensgezinde en proportionele” manier reageren op Trump, zei de voorzitter van de Europese Commissie.
De journalistieke principes van NRC


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/20201538/200126VER_2030968301_Trein.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/20154331/200126BUI_2030896941_deze.jpg)


English (US) ·