Friese kinderen moeten Fries leren, maar wie brengt ze die taal bij? Een dagje bij de docentenopleiding – ‘Frysk is de taal fan it hert‘

2 dagen geleden 3

Soms lachen ze erom, haar leerlingen op middelbare school CSG Anna Maria van Schurman, in Franeker. Lopen ze het klaslokaal van docent Henny Feenstra binnen, heeft ze haar buttons weer opgespeld. „Praat mar Frysk”, staat op de ene badge. De andere toont een waterlelieblad, naar het rode pompeblêd op de Friese vlag. Maar, zegt de 49-jarige Feenstra, inmiddels wensen de pubers haar wél ‘goeiemoarn‘, in plaats van ‘goedemorgen’. „Taal verdwijnt als we die niet spreken, dat begint bij het onderwijs”, zegt ze.

Jarenlang gaf Feenstra beeldende kunst en vormgeving. Sinds dit schooljaar onderwijst ze ook Friese taal en cultuur. Om haar lesbevoegdheid Fries te halen, rijdt ze iedere donderdag vanuit haar woonplaats Harlingen naar Leeuwarden, naar hogeschool NHL Stenden. Een verhuizing naar de Randstad, de geboorte van haar drie zoons en de publicatie van een eigen boek met Friese bakrecepten later, is ze terug op de hogeschool waar ze dertig jaar geleden ook al studeerde.

Nu merk ik dat ik bijna analfabeet in mijn eigen taal ben

De provincie Friesland voorziet een tekort aan docenten Fries, terwijl Friese scholen vanaf komend schooljaar juist verplicht de taal moeten geven. Scholen die een werknemer naar een taalcursus sturen of hun lesbevoegdheid laten halen, ontvangen daarom 5.000 euro vergoeding. Dat maakte gedeputeerde Eke Folkerts (BBB) vorige week bekend.

Er is ook budget voor Friestalige (les)boeken en 15 euro per leerling voor een Fries cultuuruitje. Dit valt onder het Taalplan Frysk, waarmee Den Haag en de provincie het niveau van onderwijs in de tweede Rijkstaal willen opkrikken. Daarvoor „moet je wel docenten hebben”, aldus Folkerts tegen Omrop Fryslân.

De provincie begon een wervingscampagne: ‘Jou Frysk omdatst joust om it Frysk‘ (Geef Fries omdat je geeft om het Fries). Sandwichborden en instagramberichten moeten middelbare scholieren, huidige pabo-studenten en docenten van andere vakken enthousiasmeren.

Wie een lesbevoegdheid Fries wil halen, kan terecht bij de Rijksuniversiteit Groningen (waar in september een nieuwe bachelor Fries start) of hier, op hogeschool NHL Stenden. De hbo-opleiding telt zo’n dertig studenten.

Er zijn in de toekomst veel docenten Fries nodig, NHL Stenden leidt ze op.

Foto’s Kees van de Veen

Promotiemateriaal

De deur van leslokaal C1005 opent met een pasje dat alleen docenten hebben, binnen zijn witte tafels in een u-vorm. Aan de wanden hangen Nederlandstalige gedichten – de opleiding Fries is te klein voor ‘eigen’ lokalen. Een grijze kast in de hoek herbergt wel promotiemateriaal: Friese vlaggetjes, kwartetspellen met Friese woorden, Friese jeugdboeken.

Docent Sibrecht Veenstra geeft taalvaardigheid – ze moet studenten naar taalniveau C1 (net onder het hoogste niveau) loodsen. Telt een Friestalige zin meer dan twee werkwoorden, dan komt, anders dan in het Nederlands, het hoofdwerkwoord vooraan. Veenstra toont een slide met uitzonderingen: gean (gaan) en bliuwe (blijven) mogen maar voor een select aantal andere werkwoorden worden geplaatst. Een uitkomst is ’te’ invoegen. ‘Wij gaan schaatsen’ wordt niet ‘wy gean reedriden‘, maar ‘wy gean te reedriden‘. Een van de studenten klaagt: „Dit is wel heel erg lastig”. Fries is vooral een ‘gesproken’ taal, veel Friezen hanteren de taalregels ‘op gevoel’.

Feenstra wil Fries doceren omdat ze scholieren een ”taalbad” gunt

Ook Henny Feenstra dacht dat ze het Fries goed beheerste, zegt ze als ze tijdens de lunchpauze de trap naar de kantine neemt. Op een blauwe blouse heeft ze haar twee Friese buttons gespeld. „Nu merk ik dat ik bijna analfabeet in mijn eigen taal ben. Je wordt op de opleiding zo ondergedompeld in de stavering [spelling].” Ze noemt de werkwoordvolgorde en dat een v-klank vaak een ‘f’ krijgt (vis wordt fisk). „Bij alles wat ik hoor vraag ik me inmiddels af of het volgens de Friese taalregels is. Thuis verbeter ik mijn gezin constant. ‘We zitten hier niet op school, mem‘, hoor ik dan.”

Feenstra wil Fries doceren omdat ze scholieren een ”taalbad” gunt. „Als kunstdocent leerde ik jongeren hoe mooi het is om je gevoel uit te drukken in een kunstdiscipline. Als docent Fries wil ik ze leren dat je met je moedertaal je gevoel nog beter onder woorden kan brengen. Of, als je het Fries niet machtig bent, dat je de wereld om je heen beter begrijpt door iets te snappen van de taal en cultuur van andere kinderen.”

Dat beaamt Gosse Pier Hiemstra. „Frysk is de taal fan it hert” (de taal van het hart), zegt hij. „Mijn eerste taal is Fries, Nederlands leerde ik pas op school.” De 36-jarige mbo-docent uit Leeuwarden merkt dat Fries „weer populair” is, mensen appen elkaar in fonetisch Fries. „Het is belangrijk dat mbo’ers die bijvoorbeeld in de zorg gaan werken, ook mensen kunnen helpen die zich beter in het Fries dan Nederlands kunnen uitdrukken.”

Lees ook

Toen de universitaire studie Fries dreigde te verdwijnen, schreef NRC een Friestalig commentaar: beskermje it Frysk ear it net mear is as in sprektaal

De provincie Fryslân maakt veel reclame voor de lessen Frysk.

Foto’s Kees van de Veen

Liedjes zingen

Het verplichte Fries op scholen komt niet uit de lucht vallen. Eigenlijk bestaat die plicht al voor basisonderwijs en de onderbouw van het middelbaar onderwijs, maar menig school doet Friese les af met liedjes zingen en sûkerbôle proeven. Daaraan wil de provincie een einde maken, met aangescherpte kerndoelen voor Friese taal en cultuur. Deze zijn in februari unaniem vastgesteld door Provinciale Staten, ze moeten nog wel langs het ministerie van Onderwijs. Jongeren moeten het Fries „actief” leren en zo „bewuste” taalgebruikers en „deelnemers aan de Friese cultuur” worden. Het was voor het eerst dat Friesland zelf de kerndoelen mocht bepalen. Voorheen werden deze, zoals bij andere vakken, door Den Haag vastgesteld. Scholen hebben tot 2031 om aan de nieuwe regels te voldoen.

Aan de toekomstige leraren zal het niet liggen. In de les creatief schrijven presenteert Henny Feenstra een groepsopdracht om kinderen de Friese canon bij te brengen. In de canon staan onder meer vrijheidsstrijder („of barbaar?”) Grutte Pier, Anna Maria van Schurman (een van de eerste vrouwelijke studenten) en Kneppelfreed (toen de politie in 1951 knuppels gebruikte tegen demonstranten die gelijke taalrechten bepleitten voor Fries bij overheidsinstanties, wat uiteindelijk lukte).

Een student wil weten of aan dat ‘cultureel nationalisme’ niet ‘een bijsmaakje’ zit

„Kinderen willen liever zelf wat doen dan naar geschiedenis luisteren”, zegt Feenstra. Daarom hebben de studenten op basis van de canon theaterteksten gemaakt. Ze spelen een scène voor over de koe – in de canon staat dat de eerste bewoners van Friesland, rond 3.400 voor Christus, boeren en hun koeien waren. Docent Akke Gerlsma is „sa grutsk” (zo trots) op het plan van haar studenten.

In een geschiedeniscollege vertelt docent Babs Gezelle Meerburg (62) hoe in de negentiende eeuw Joast Hiddes Halbertsma en zijn broers langs Friese dorpen en boerderijen trokken om volksverhalen te verzamelen. Gezelle Meerburg houdt het boek omhoog dat dit opleverde: Rimen en Teltsjes (1871), een van de eerste Friestalige boeken. De Halbertsma’s schreven in het Nijfrysk. Daarvoor kwam het Midfrysk, dat dichter Gysbert Japicx hanteerde. Het Âldfrysk, dat voor wetteksten werd gebruikt, is favoriet van de docent — de klas vindt het maar moeilijk leesbaar.

‘Taaie’ detectiveroman

In de negentiende eeuw van de Halbertsma’s kwam het Nederlands op in bestuurlijk Friesland, als reactie ontstond de Friese beweging. „Dat is geen club waar je lid van wordt, zoals de Fryske Nasjonale Partij (FNP), maar een emancipatiestrijd waaraan iedereen kan bijdragen”, zegt Gezelle Meerburg. Een student wil weten of aan dat „cultureel nationalisme” niet „een bijsmaakje” zit. Nee, zegt Gezelle Meerburg, die zichzelf vanwege haar werk „een beroepsfries” noemt. „De Friese taal en geschiedenis moeten niet worden verheerlijkt, het gaat erom dat zij een plekje hebben.”

Dan gaat het over een „taaie” detectiveroman uit 1935 van de Leeuwarder auteur Havank, die een student heeft gelezen. Een klasgenoot vraagt de docent: „Koe Babs him wol? Kende Babs hem wel – in het Fries is het gebruikelijk iemand aan te spreken in de derde persoon. Ja, zegt ze, Babs Gezelle Meerburg kende de boeken van Havank (pseudoniem van Hans van der Kallen) wel.

Taal is ook de grond waarop je loopt

Achter in het lokaal bespreekt Henny Feenstra een huiswerkopdracht. Ze moest haar omgeving in kaart brengen en koos voor de Slachtedyk. Die landinwaarts gelegen reservedijk begint aan het Wad nabij Feenstra’s woonplaats Harlingen en kronkelt de provincie in tot terpdorp Raerd.

Feenstra kende de oude dijk vooral van het in Friesland populaire wandel- en hardloopevenement de Slachtemarathon. „In 2016 rende ik zelf over die smoariche [vuile, hier: taaie] dijk.” Door de lesopdracht ontdekte ze hoe omwonenden vroeger elk ‘hun’ stukje Slachtedyk onderhielden. „Taal is ook de grond waarop je loopt.”

Lees ook

Over het gebruik van de derde persoon als aanspreekvorm in Friesland

Mokken met de Friese vlag.
Lees het hele artikel