Bij varkensboer Scheepens ‘zoelen’ en wroeten de varkens nog – een leven dat de Kamer meer landbouwdieren gunt

1 uur geleden 1

Als je zijn varkens in de modder ziet rollen, met een krul in de staart en de zon op het hoofd, begrijp je Kees Scheepens. „Die krul betekent dat ze zich goed voelen, zoals een hond die kwispelt. En dat rollen in de modder heet ‘zoelen’ – een eerste levensbehoefte van varkens. Zo reguleren ze hun temperatuur. Het woord is al uit de Dikke Van Dale verdwenen want het gebeurt bijna nergens meer.” Op drie hectaren modder en gras scharrelen 250 grote varkens, biggetjes van een paar weken – en alles ertussen in. Sommige liggen uren te rusten in de zon. „Een lui varken: die uitdrukking is er niet voor niets.”

In een omtrek van 50 kilometer rond zijn varkensboerderij in het Brabantse Oirschot leven vier miljoen varkens, vertelt Scheepens. Ze zijn nergens te zien, want ze zitten in stallen. Alleen hier op zijn erf zie je varkens buiten lopen. De chauffeur van de vrachtauto die de wekelijkse hap bio-brokken aflevert, stapt uit en staat een kwartier vertederd naar de beesten te kijken. „Hij vindt het hier fijn want hij ziet nergens varkens terwijl hij op vijftig boerderijen per week komt”, zegt Scheepens.

Scheepens (66) draagt een spijkerbroek, kaplaarzen en een rood-geblokt hemd. A happy life, even better than a life worth living, zegt hij blij over zijn varkens. Hij gebruikt soms Engels omdat hij regelmatig in het buitenland boeren, wetenschappers en activisten moet toespreken over zijn levenswerk: het varken terugbrengen van een productie-eenheid die zo efficiënt mogelijk een lekker stuk spek, ham of varkenslap moet opleveren tot een dier met een dierwaardig bestaan.

Afgelopen donderdag debatteerde de Tweede Kamercommissie Landbouw over ‘dierwaardige veehouderij’. Een De ambitie van een Kamermeerderheid wil dat in 2030 tien procent van alle landbouwdieren in Nederland een ‘dierwaardig bestaan’ leidt tot aan de slacht. Nu geldt dat maar voor één procent, volgens cijfers die de Dierenbescherming en Caring Farmers deze week publiceerden. In 2040, over vijftien jaar, moet volgens de Tweede Kamer zelfs honderd procent van alle landbouwdieren minimaal a life worth living hebben.

Kees Scheepens met zijn varkens.

Foto John van Hamond

Duizenden varkens geeuthanaseerd

Er is een lange weg te gaan, zegt Kees Scheepens. Zijn verhaal begon bij zijn promotieonderzoek als dierenarts toen hij zich verdiepte in de gevolgen van tocht op het welzijn van het varken. Hij lacht schuchter. „Ik raakte helemaal geïnteresseerd in die beesten. Ze zijn zo intelligent, hygiënisch en sterk.” En toen kwam de varkenspest. Als jonge veearts in Noord-Limburg moest Scheepens duizenden varkens euthanaseren. De één na de ander gaf hij een spuitje. Hij werd er ongelukkig van, óók omdat ze zo massaal ziek waren geworden doordat ze zo dicht op elkaar gepakt leefden. Achteraf zou je zijn lijden, in Engels jargon, moral injury noemen: hij moest, door zijn werk op een dierenartsenpraktijk, iets doen wat alle dierenartsen destijds moesten doen, maar wat hem tegen de borst stuitte. Zozeer zelfs dat hij is gestopt als veearts. Hij was 42 jaar.

Deze donderdagmiddag volgt hij het Kamerdebat niet; hij heeft het druk met de varkens verplaatsen naar een groener stuk grond verderop. En ach, hij heeft het dierenwaardige bestaan, in elk geval dat van varkens, zo’n beetje uitgevonden de afgelopen 25 jaar op dit bedrijf. Rijk is hij er niet van geworden, onderstreept hij. Hij kan rondkomen, meer niet. De grond is niet van hem, hij pacht het, ook al komt zijn familie uit Oirschot en waren zijn voorouders tot 22 generaties terug allemaal boeren.

Je moet vlees gaan zien als een bonbon – iets wat je misschien wekelijks eet, afkomstig van beesten die een goed leven hebben geleid

Hij verdient óók wat aan de diergeneeskundige adviezen die hij andere boeren geeft – dierenarts ben je voor het leven – en aan de tien fokberen (mannetjesvarkens) die hij afzet voor de fokkerij. Hij verkoopt met zijn 35 zeugen wel 300 vleesvarkens voor de slacht elk jaar. Maar omdat zijn varkens het zo goed hebben – tijdens hun modderige, vrije leven met veel ruimte krijgen ze biologisch voer, dat twee keer zo duur is als ander voer – houdt hij er weinig aan over. Elke boer die zijn beesten een íets dierwaardiger leven wil geven, zegt Scheepens stellig, heeft daar financiële steun voor nodig.

Dat komt ook aan de orde in het Kamerdebat. ‘Koplopers’ moeten financiële steun krijgen, wordt bijvoorbeeld gezegd. En veranderen van ‘gangbaar’ boeren naar ‘dierwaardig’ duurt lang en kost veel, onderstreept staatssecretaris Silvio Erkens (VVD) 150 kilometer verderop. In dat debat gaat het over nieuwe basisnormen, een autoriteit die erop moet gaan toezien en de gevolgen voor de export (75 procent van de Nederlandse varkens wordt geëxporteerd) als een dierwaardig bestaan van het vee Nederlands vlees te duur maakt.

Foto John van Hamond

In massaal overstappen op veganisme gelooft Scheepens niet. De mens heeft, zegt hij, behoefte aan zuivel en vlees. Wel eet die meer ervan dan goed voor hem is, maar de behoefte is onmiskenbaar. Je moet vlees gaan zien als een bonbon, zegt hij – iets wat je wekelijks eet, misschien, waar de beesten een goed leven hebben geleid en waar je dus meer voor betaalt dan voor een varkenslap of runderlap met 1 ster, de minimale voorwaarde voor het Keurmerk ‘Beter Leven’.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) noemde strengere regels en meer toezicht op het houden, vervoeren en slachten van varkens, runderen en schapen eind 2025 „urgent en een collectieve opgave„. Eén voorbeeld uit de reeks misstanden die de NVWA aantreft: het afknippen van varkensstaartjes, „gebeurt nog volop”. Doel is te voorkomen dat de biggen elkaar gaan bijten, wat ze weer doen omdat ze te dicht op elkaar leven, en niet kunnen wroeten in de aarde.

In Den Haag bespreken intussen de Kamerleden Esther Ouwehand (PvdD), Caroline van der Plas (BBB), Dion Graus (PVV), dierenarts Renate den Hollander (VVD) donderdag de transporten die voor dieren in de zomer veel te warm zijn. Vanaf volgend jaar mag een vrachtauto vol varkens of kalveren niet rijden bij temperaturen boven de 30 graden. Er wordt gepleit voor nachttransporten omdat het dan koeler is. Scheepens: „Varkens kunnen niet zweten, ze kunnen hun warmte niet kwijt zoals wij mensen.” Hij heeft een keer drie vrachtauto’s vol varkens gefilmd, die stonden te wachten in de hitte op een terrein voor een slachterij. „De gewone ademhaling van een varken is 30 keer per minuut. Hittestress leidt tot 180 keer ademhalen per minuut. Dat is met het blote oog niet waar te nemen.”

De Kamercommissie bespreekt het geweld tegen koeien vlak voordat ze worden geslacht, en dat er bij elke slachterij camera’s moeten komen om mishandeling te registreren. De commissieleden noemen de stalbranden, waardoor duizenden opgesloten dieren per jaar het leven laten.

Scheepens: „Het gaat in debatten ook vaak over ‘ammoniakemmissiereductie’ – een mooi scrabblewoord”. Hij heeft zelf de ‘intelligente varkens-wc’ ontworpen, waardoor de poep en plas van de beesten gescheiden blijft en er géén ammoniak ontstaat. Want ammoniaklucht, die in de gewone boerderijen opstijgt uit de kelders onder de metalen roosters waarop de varkens leven, is slecht voor (onder meer) de longen van het varken.

Zijn eigen varkens leven buiten en poepen en plassen uit zichzelf op verschillende plekken. In de winter, binnen, gebruiken ze zijn speciale wc. „Mijn intelligente wc past bij het varken, dat van nature hygiënisch is.” De meeste boeren gebruiken luchtwassers om de natuur niet te veel te belasten. In de stal, zegt Scheepens, blijft de ammoniakstank uit de mestkelders de varkens plagen.

Eén praktijk die onmiddellijk moet stoppen, volgens Scheepens, is castratie van biggen. „Die varkens zijn hun zaakje kwijt en hebben daar wonden die gaan ontsteken.” Het gebeurt omdat varkensvlees van ongecastreerde mannetjes in 10 procent van de gevallen een vieze ‘berengeur’ heeft. Maar er is een andere manier om vlees met een vieze geur eruit te halen, legt Scheepens uit: iemand met een goede neus aan de lopende band van de slachterij opstellen. Dat gebeurt met het vlees van zijn varkens, want die worden nooit gecastreerd.

De varkenshouderij van Kees Scheepens in Oirschot. De dieren houden van schaduw.

FOTO John van Hamond

Ook het vastzetten van bevallende zeugen tussen metalen stangen, zodat ze niet op hun pasgeboren biggen gaan liggen en ze doodpletten, wordt genoemd in het NVWA-verslag. Sowieso, zegt Scheepens, worden zeugen zo gefokt dat ze maximaal vruchtbaar zijn en gemiddeld vijftien biggen per worp baren, en soms zelfs twintig. De natuur, vertelt Scheepens, bepaalt dat een zeug twaalf biggen krijgt. Want ze heeft twaalf tepels.

Maar de grote winst zit in de aantallen, de intensiviteit van de landbouw. Hij rekent voor: één ‘gangbare’ zeug werpt 2,4 keer per jaar zo’n vijftien biggen. Honderd gangbare zeugen produceren dus 3.600 biggen per jaar, waardoor er wekelijks 69 biggen naar de slacht kunnen. Grote varkensboeren hebben meer dan duizend zeugen. Tezamen zijn er in 2025 volgens het CBS zo’n 14 miljoen varkens in Nederland naar de slacht gebracht.

Scheepens wordt even boos als hij vertelt over de manier waarop varkens meestal worden doodgemaakt: met CO2-gas „Een totaal wrede verstikking in een voor een bezoeker onzichtbare kelder.” De slachter van zijn eigen biggen geeft ze een stroomstoot door het hoofd, waardoor ze in één klap niets meer voelen.

De grootste varkensboer van Nederland, Martin Houben, laat zich momenteel uitkopen door de overheid. Hij hield op zes plekken in Limburg 5.000 zeugen en 45.000 vleesvarkens. Hij kwam een keer bij Kees Scheepens op bezoek, vertelt die. „Hij vond het mooi hier. En hij zei: jij bent op de juiste weg.”

Lees het hele artikel