Al meer dan veertig jaar geldt het als een belangrijk waarschuwingssignaal: kinderen bij wie het BMI al voor de vijfde verjaardag stijgt, zouden later meer kans hebben op obesitas. Maar wat als dat hele idee berust op een misverstand? Het lijkt er sterk op dat we al die tijd naar het verkeerde cijfer hebben gekeken.
In de wereld van de kindergezondheid is het begrip adipositas rebound (AR) heel bekend: een fase rond het vijfde levensjaar waarin het BMI weer begint te stijgen. Na de geboorte stijgt het BMI snel, het bereikt een piek rond de 9 tot 12 maanden en daalt daarna tot een dieptepunt rond het vijfde tot zesde levensjaar. Daarna begint de vetmassa weer toe te nemen, wat bekend staat als de rebound. Hoe eerder die stijging optreedt, hoe groter volgens de klassieke theorie het risico op overgewicht later in het leven.
Oude theorie onder vuur
Een nieuwe studie zet echter grote vraagtekens bij dit verhaal. Er zijn gegevens geanalyseerd van ruim 2400 kinderen en jongeren tussen de 2 en 19 jaar uit een groot Amerikaans gezondheidsonderzoek. De onderzoekers concluderen dat het BMI inderdaad stijgt, maar ontdekten dat dit niet komt doordat de kinderen meer vet hebben. Er zijn andere soorten lichaamsweefsel die in groten getale opkomen tijdens de rebound, waaronder magere spiermassa. De taille-lengteverhouding – een betrouwbare indicator voor gezondheidsrisico’s, die beter dan BMI weergeeft hoeveel vet iemand rond de buik heeft – bleef tijdens de AR-periode juist dalen. Dat wijst erop dat kinderen vooral spier- en botmassa opbouwen. Met andere woorden: die ogenschijnlijke vettoename is waarschijnlijk gewoon gezonde groei.
“We meten het verkeerde”
Onderzoeker Andrew Agbaje is duidelijk over de implicaties van zijn werk. “Internationale richtlijnen adviseren inmiddels al dat obesitas niet alleen met BMI moet worden vastgesteld, maar bevestigd moet worden met andere metingen, zoals de taille-lengteverhouding”, zegt hij. Hij gaat nog een stap verder: “Deze studie laat zien hoe misleidend BMI kan zijn bij kinderen, van wie het lichaam razendsnel verandert. We lopen het risico normale groei te verwarren met een probleem en daar moet je enorm mee uitkijken. Het kan leiden tot allerlei onnodige ingrepen.” Volgens Agbaje zou de taille-lengteverhouding juist de eerste, simpele stap moeten zijn bij het beoordelen van overgewicht bij kinderen, met BMI slechts als aanvullende check.
BMI is populair omdat het makkelijk te berekenen is: je deelt het gewicht door de lengte in het kwadraat. Maar er is één probleem: het maakt geen onderscheid tussen vet en vetvrije massa, zoals spieren en botten. En dat is precies waar het bij kinderen vaak misgaat. Tijdens de groei verandert hun lichaamssamenstelling voortdurend. Een stijgend BMI kan dus net zo goed betekenen dat een kind sterker en gespierder wordt, in plaats van dikker.
Een reset van het lichaam
De onderzoekers spreken zelfs van een ‘reset van de lichaamssamenstelling’. In deze fase verschuift de groei richting vetvrije massa, een ontwikkeling die past bij een gezond lichaam. Dit inzicht heeft grote gevolgen voor de manier waarop artsen en ouders naar het gewicht van kinderen kijken. Als een normale groeifase wordt gezien als risico, kan dat leiden tot verkeerde diagnoses en onnodige zorgen. En dat moet te allen tijde voorkomen worden.
De studie sluit naadloos aan op een groeiende stapel bewijs dat BMI alleen onvoldoende is om de gezondheid van kinderen te beoordelen. Door ook te kijken naar vetverdeling, bijvoorbeeld via de taille-lengteverhouding, ontstaat een veel nauwkeuriger beeld.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Traumatisch hersenletsel bij kinderen werkt nog jaren door (en dit kun je ertegen doen) en Sommige kinderen vinden rekenen ontzettend lastig en dat heeft misschien een hele andere oorzaak dan je zou denken.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

1 dag geleden
1










English (US) ·