Ruzie erfgenamen Bredius-collectie en Mauritshuis draait om één zinnetje – en daarover woedt een semantische oorlog

3 uren geleden 2

‘Abraham Bredius en het Mauritshuis zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Deze zaak voelt voor ons net zo persoonlijk als voor de familie; dat wil ik hier nog wel kwijt.”

Het waren emotionele slotwoorden van Judith Niessen, hoofd collecties van het Mauritshuis, vrijdagmiddag na een lange zitting voor de Haagse rechtbank. Daar ging het hard tegen hard tussen twee ‘families’ over de vraag wie Bredius’ nalatenschap van 25 schilderijen het beste dient: het museum of Bredius’ erfgenamen.

Abraham Bredius (1855-1946), kunsthistoricus en van 1889 tot 1909 directeur van het Mauritshuis, liet na zijn overlijden bij testament de 25 zeventiende-eeuwse schilderijen uit zijn collectie na aan het Mauritshuis, die er al in bruikleen waren. Daaronder topstukken als Saul en David en Twee Afrikaanse mannen van Rembrandt, en een riviergezicht van Ruysdael. Voorwaarde was dat ze niet zouden worden uitgeleend en permanent te zien zouden moeten zijn in het Mauritshuis.

Bredius’ erfgenamen vinden echter dat het museum die afspraken schendt en eisen ze terug. 10 van de 25 werken hangen nu ‘op zaal’ – de afgelopen jaren waren het er ook wel eens minder – en de rest is in depot. Uitgeleend worden ze inderdaad niet.

Bredius’ erfgenamen zijn niet echt familie. Otto Kronig en zijn kinderen Otto jr. en Sophia zijn nakomelingen van Joseph Kronig (1887-1984), protégé en huisgenoot van de ongehuwde Bredius.

Hun positie is onwrikbaar. „Het testament is spijkerhard en juist zo opgesteld omdat Bredius precies datgene wilde voorkomen wat nu gebeurt”, zei Otto jr. „Het museum heeft het over dynamisch collectiebeheer, maar de wil van Bredius kan niet meebewegen.”

Zijn vader voegde eraan toe dat hun gedrevenheid „voortkomt uit een enorm familiegevoel, niet uit financieel gewin”. Hun advocaat sloot uit dat de werken geveild zouden worden, mocht de rechtbank bepalen dat de collectie wordt teruggegeven.

Do’s-and-don’ts

Sinds 2024 staan ze tegenover elkaar. „Het verwijt dat ons wordt gemaakt, raakt ons in de kern”, zei Mauritshuis-directeur Martine Gosselink. „Op dag één van mijn directeurschap [in 2020] zijn mij de do’s-and-don’ts van het legaat-Bredius duidelijk gemaakt. Wij hebben er al die jaren naar beste eer en geweten voor gezorgd. Dat de goede naam van het Mauritshuis door de familie Kronig in diskrediet wordt gebracht, is even treurig als bespottelijk.”

De kwestie draait au fond om één zinnetje uit Bredius’ testament, in het Frans, want Bredius en Kronig woonden destijds in Monaco. Dat luidt dat de 25 schilderijen „devront rester exposés exclusivement dans ledit Musée”. Dat het „genoemde museum” het Mauritshuis is, betwist niemand. Over de rest woedt een semantische oorlog.

Het leidde wel tot het enige vrolijke moment van de zitting, toen beide advocaten elkaar tevergeefs probeerden af te troeven, omdat ze allebei een tijdje in Parijs hadden gestudeerd. Betekent ‘rester exposés’ dat ze te allen tijde tentoongesteld moeten worden, of alleen altijd in dat museum áls ze tentoongesteld worden? Is de kwestie kortom dat ze ‘blijvend tentoongesteld worden’ of ‘tentoongesteld blijven worden’, zoals een van de drie rechters de partijen fijntjes voorhield.

Volgens landsadvocaat Wemmeke Wisman – de museumcollectie is staatseigendom – staat het Mauritshuis volkomen in zijn recht om keuzes te maken bij het inrichten van tentoonstellingsruimtes. Dat is „essentieel om kunsthistorisch en maatschappelijk relevant te blijven, en om mee te blijven doen in de top – precies wat Bredius voor ogen had”. Bredius maakte in zijn tijd óók keuzes en zou dit hebben toegejuicht, betoogde ze.

Niet op zaal maar in het depot van het Mauritshuis: Haan en kippen in een landschap van Gijsbert Gillisz d’ Hondecoeter (1651), deel van de collectie-Bredius

Foto Mauritshuis

Alle Bredius-stukken maken „volledig deel uit van de collectie”, ook in depot, waar ze worden gerestaureerd en kunsthistorisch onderzocht, en ook de ‘mindere’ stukken kunnen opeens toch relevant zijn, waardoor ze alsnog ‘op zaal komen’. Zie Vermeers Meisje met de parel, nu de grootste ‘publiekstrekker’ van het Mauritshuis, dat vroeger „nauwelijks iemand interesseerde”.

Particulier mecenaat

Het museum hoeft daarvoor niet te overleggen met de familie Kronig „of wie dan ook”, zei Wisman. „De familie zegt te willen opkomen voor de belangen van het particuliere kunstmecenaat, maar laten we niet vergeten wie hier de mecenas is: Bredius.”

Een dwingende mecenas, dat wel, erkende Gert Jan van den Bergh, die de Kronigs bijstaat. Dat „permanente zichtbaarheid” voorop stond, is volgens hem een feit. Bredius dreigde al eens een schenking aan het Rijksmuseum terug te trekken als het schilderij daar in een depot zou komen.

En hij was niet tegen het uitlenen van schilderijen, alleen die van hemzelf, ook omdat hij bang was voor beschadigingen. „Bredius zat in de driver’s seat”, aldus Van den Bergh. „En hij kón eisen stellen omdat het museum op het punt stond het belangrijkste legaat uit zijn geschiedenis te ontvangen.” Het museum moest wel instemmen met zijn voorwaarden, „kon niet aan cherrypicking doen”, omdat het anders de hele collectie zou mislopen, inclusief de topstukken.

Hij suggereerde dat het museum de familie tegemoet had kunnen komen door een aparte Bredius-zaal in te richten. Waarop Judith Niessen betoogde dat Bredius juist nooit wilde dat zijn stukken bij elkaar hingen.

Na zes uur leken de partijen nog even onverzoenbaar. Het eindbod van de familie Kronig: „Als de staat de collectie teruggeeft vóór het vonnis kunnen we met het Mauritshuis praten over een langdurig bruikleen, maar alleen op onze voorwaarden. Zo niet, dan kijken we een deurtje verder.”

Volgens Otto jr. staan Museum Dordrecht, De Lakenhal in Leiden, en Boijmans Van Beuningen in Rotterdam „te trappelen” om de collectie over te nemen. Op de vraag van Martine Gosselink of hij daar concrete aanwijzingen voor had, kwam geen antwoord.

De rechtbank wijst op 10 juni vonnis.

Lees ook

Erfgenamen eisen topstukken terug van Mauritshuis

Het werk Saul en David (1651-1658) van Rembrandt van Rijn uit de collectie-Bredius in Museum Het Mauritshuis in 2019.
Lees het hele artikel