Foo Fighters vol vuur op hun nieuwe album, maar er blijft te weinig hangen – ‘Vesper’ van Sean Shibe is een album om te koesteren

2 uren geleden 1

Zet de camera’s uit. Dave Grohl blijft het herhalen op ‘Child Actor’, een van de laatste nummers op het twaalfde album van zijn band Foo Fighters. De woorden komen er steeds wanhopiger uit, Grohl begint op het einde te schreeuwen: „Turn the cameras off, turn the cameras off, turn the cameras off, turn the cameras off, turn the cameras off.” Volgens de frontman gaat het nummer, een hoogtepunt op het album, over zijn behoefte aan erkenning. Maar de vraag om erkenning is „een onverzadigbaar monster”, vertelde hij onlangs tegen The Guardian. En dus moeten de camera’s weg en moet je reflecteren, alleen en in stilte.

Voor Grohl was er meer dan genoeg genoeg om over na te denken. In hetzelfde interview gaf hij aan heel veel therapiesessies gevolgd te hebben. De afgelopen jaren waren zwaar: in 2022 overleden zowel Foo Fighters-drummer Taylor Hawkins als Grohls moeder Virginia. Rouw werd het thema van het indrukwekkende album But Here We Are.

Later volgden berichten waarmee Grohls reputatie als ‘aardigste man in de rockwereld’ op losse schroeven kwam te staan. In 2024 maakte hij bekend dat hij een buitenechtelijk kind had verwekt. Niet lang daarna werd bekend dat drummer Josh Freese, die de lastige taak had om Hawkins op te volgen, na één tour al uit de band was gezet.

Nu zijn Grohl en zijn band terug, inclusief een nieuwe drummer die beter lijkt te klikken met de band, Ilan Rubin. Your Favorite Toy is een poging om het plezier in de muziek terug te vinden. Het wordt door de band zelf gepresenteerd als een back-to-basicsplaat: kort, weinig productionele trucjes en met een spontaan gevoel. Mannen die rocken in een garage, dat idee. Openingsnummer ‘Caught in the Echo’ zet de toon en knalt er lekker in met felle gitaren. Een prima begin, al mist het nummer een krachtig refrein. ‘Of All People’ houdt het tempo en het vuur erin met een tekst over een voormalig drugsdealer die gelukkig en gezond is. Moeilijk te bevatten voor Grohl, die vrienden verloor aan de heroïne die deze man in de jaren negentig verkocht. „Of all people, you survived”, schreeuwt hij. Daarna zakt de plaat in met het weinig gedenkwaardige midtemponummer ‘Window’.

De plaat komt pas echt weer tot leven met ‘Spit Shine’, het nummer met het sterkste punkgeluid. Toch doet de band ook hier niet waar die normaal gesproken zo goed in is: rocksongs maken met aanstekelijke hooks en powerpoprefreinen die het geheel naar een hoger plan tillen (denk aan klassiekers als ‘Everlong’, ‘Learn To Fly’ en ‘This Is A Call’).

De beste songs komen tegen het einde en zorgen alsnog voor een voldoende. Naast ‘Child Actor’ en ‘Unconditional’ is dat ‘Amen, Caveman’. Grohls „Down to zerooooo” leent zich goed voor een meebrulmoment op de festivalweide van Pinkpop deze zomer.

Thijs Schrik


Hij heeft het gevoel dat „het bestaan van de gitaar voortdurend moet worden gerechtvaardigd”, zegt de Schot Sean Shibe in een video over zijn nieuwe album Vesper. De klassieke gitaar is nu eenmaal geen piano of viool, met een onuitputtelijk en dagelijks groeiend repertoire. Maar de gitaar heeft in de persoon van Shibe wel een uitzonderlijke ambassadeur, die sinds zijn schitterende debuut Dreams and Fancies (2017) onverdroten tovert en verleidt met klank. Shibes interesses variëren van Dowland en Bach tot de elektrische gitaar. Zijn programma’s zijn steevast slim en fantasievol. Met Vesper, gewijd aan recente Britse gitaarmuziek (en geheel akoestisch, voor de duidelijkheid), heeft hij opnieuw een meesterlijk album gemaakt dat hoofd en hart weet te prikkelen.

Opvallend: de componisten Harrison Birtwistle, James Dillon en Thomas Adès zijn geen van drieën gitarist. Hun zeer verschillende stukken verschijnen allemaal voor het eerst op cd en vormen een staalkaart van waartoe de gitaar in staat is in de eenentwintigste eeuw. Shibe noemt het zelfs „een soort manifesto”: want de gitaar kan veel meer dan menigeen denkt.

Zeker wanneer Shibe het instrument ter hand neemt. De variatie in zijn klank, van fluwelig tot rauw, gongachtig of messcherp, is opmerkelijk. De opname brengt die rijkdom uitmuntend voor het voetlicht: de gitaar klinkt ruimtelijk en toch dichtbij, intiem en groots, waarbij het hele spectrum resoneert met een warme gloed. Zo zijn Adès’ Forgotten Dances een eruptie van inventiviteit en verbeeldingskracht, maar het is de weelde aan klankkleuren die je naar het puntje van je stoel doet schuiven. Is dit allemaal één mens op één gitaar? Jazeker. Een mens die de gitaar in een buisklok of een marimba verandert, luid laat beieren. Die de gitaar laat zingen en zoemen en fluiten en telkens nieuwe kleurschakeringen uit de snaren wrijft, klopt, ratelt, plukt. Bij de vrolijk tollende notenstorm van de ‘Courante’ vermoed je dat Shibe ergens een extra paar handen vandaan heeft getoverd.

Betoont Adès zich een zwierige gitaarillusionist, Dillon componeerde zijn 12 Caprices juist met de obstinate precisie van een onderzoeker. Minutieus plaatst hij klanken en bouwsteentjes tegenover elkaar, vaak ingebed in lange rusten. Bekend van grootschalige werken als het volgens NRC „oeverloze” Nine Rivers toont Dillon zich hier van een geserreerde en bezonken kant. De configuratie van twaalf scherven bezit een ongrijpbare, glanzende schoonheid.

Centraal staat Birtwistles monumentale, door Picasso geïnspireerde Beyond the White Hand: Construction with Guitar Player: hoekig, uitgebeend, abstract en bijna ritualistisch, alsof de gitaar iets moet bezweren. Shibe plaatst er breekbare miniaturen en Machaut-arrangementen naast, conventioneler van techniek en melancholiek van toon, stuk voor stuk verrukkelijk. Zet maar op repeat: Vesper is een album om te koesteren en telkens opnieuw te ontdekken.

Joep Stapel


Na zes jaar is meesterbassist en falsetzanger Thundercat (Stephen Bruner uit Los Angeles) terug met een nieuw album. Het liefst kruipt hij weg in de snaren van zijn speciaal gebouwde, oversized basgitaar – zijn toevluchtsoord bij paniek, diepe rouw of op dagen waarop zijn overvolle hoofd hem in de weg zit (‘ADD Through The Roof’).

Distracted is uitgegroeid tot een popalbum met duidelijke jazzuitlopers, gedragen door onweerstaanbare grooves in alle tinten. Uit zijn handen vloeien moeiteloos p-funk, neosoul en zwoel-coole jazzfunk. Zware of juist grappige, groovy gedachten op dwalende lijntjes. De plaat barst bovendien van de gastbijdragen, van Tame Impala tot A$AP Rocky. Een van de hoogtepunten is de smeuïge hiphopflow op een track die Thundercat nog vóór diens overlijden opnam met boezemvriend Mac Miller. Ook de speelse, bubbly samenwerking met Willow pakt verrassend goed uit.

Amanda Kuyper


De weemoedige liedjes van Noah Kahan uit Vermont zwerven al bijna tien jaar over het internet, van TikTok tot YouTube en via een gestage reeks albums, met Stick Season als duidelijke doorbraak. De bebaarde singer-songwriter Kahan, type sympathieke huiskamerintrovert, schoof zo ongemerkt op van cultfavoriet naar publiekslieveling die ineens zonder moeite stadions vult met shows in huiskamersfeer. The Great Divide brengt daarin weinig nieuws. Het is vooral meer van hetzelfde: therapeutische, stemmige folkpop in herfsttinten, met een duidelijke zwak voor de vertrouwde stamp-en-klapritmes van Mumford & Sons en weeïge mijmermelodieën uit de hoek van Ed Sheeran. Alsof je eindeloos door dezelfde bladhoop blijft schoppen. Daar moet je net zin in hebben.

Amanda Kuyper


Het heeft voordelen om als beroemd violist en pianist getrouwd te zijn: je begrijpt elkaars muzikale verlangens, hartstochten en worstelingen én je kan samen in de vrije uren de onuitputtelijke bron van emoties en levenskracht uit Beethovens tien vioolsonates verkennen en verdiepen. Dat doen violist Alena Baeva en haar man, pianist Vadym Kholodenko in hun eerste albums met de Derde, Vijfde (Frühling) en Negende (Kreutzer) sonate.

Het lichtvoetige en aardse spel van Baeva past prachtig bij de meer filosofische ondertonen van Kholodenko. Je kan je voorstellen dat hier twee verschillende inwendige stemmen van Beethoven met elkaar in gesprek zijn, soms speels, soms ruziënd, dan weer in een tedere omarming of dansend. Maar in alle vormen onmiskenbaar energiek, de ene keer onderhuids, de andere keer tomeloos. Zoals in het gloedvolle openingsdeel van de Kreutzer sonate.

Joost Galema

Lees het hele artikel